Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/Bijlage 3:Bijlage 3
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/Bijlage 3
Bijlage 3
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS476183:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ruilverkavelingswet 1938
Artikel 3
Bij de ruilverkavelingsovereenkomst verbinden drie of meer personen zich schriftelijk bepaald aangewezen onroerende goederen, ten aanzien waarvan zij als eigenaren bij het kadaster bekend staan, samen te voegen, de verkregen massa te verkavelen en onder elkander bij acte van ruilverkaveling te verdeelen op de wijze, bij de overeenkomst bepaald.
De acte van ruilverkaveling wordt vastgesteld en onderteekend door hen, die daartoe bij de overeenkomst bevoegd zijn verklaard.
De bij acte van ruilverkaveling toegewezen zakelijke rechten worden verkregen door overschrijving van die acte in de openbare registers.
Artikel 4
Blijkt na het tot stand komen der overeenkomst, dat hieraan hebben deelgenomen partijen, die, hoewel als zoodanig bij het kadaster bekend, geen eigenaren waren, dan blijven de overeenkomst en de daaraan gegeven uitvoering niettemin van kracht en treden de werkelijke eigenaren in de rechten en verplichtingen, welke zij, die onbevoegd als eigenaren zijn opgetreden, hebben verworven en op zich genomen.
Artikel 5
Men kan mede tot een ruilverkavelingsovereenkomst toetreden, ten einde tegen inbreng van geld kavels of tegen inbreng van onroerend goed een geldsom te bedingen.
Artikel 6
Partijen mogen bij de overeenkomst bepaald aangewezen bepalingen van den derden titel geheel of gedeeltelijk toepasselijk verklaren.
Dit beding treedt niet in werking, dan nadat Onze Minister, de centrale commissie gehoord, daaraan zijn goedkeuring heeft gehecht.
Aan de goedkeuring kunnen voorwaarden worden verbonden.
Artikel 7
Het in het vorige artikel genoemde beding heeft overeenkomstige rechtsgevolgen als de daarin van toepassing verklaarde wetsbepalingen, terwijl de hierin aangewezen autoriteiten, colleges en ambtenaren op overeenkomstige wijze hunne medewerking verleenen.
Ruilverkavelingswet 1954
Artikel 17
Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de verkregen massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen.
Artikel 119
Een ruilverkavelingsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan en in de openbare registers ingeschreven
Door de inschrijving in de openbare registers wordt de ruilverkavelingsovereenkomst mede verbindend voor degenen, die na de inschrijving onder bijzondere titel in de rechten van de eigenaren opvolgen.
Indien een ruilverkavelingsovereenkomst onroerende zaken omvat, waarop hypotheken, conservatoire of executoriale beslagen rusten, is de overeenkomst slechts rechtsgeldig, indien zij door de hypotheekhouders en beslagleggers is medeondertekend.
De in artikel 17 bedoelde notariële akte wordt namens partijen ondertekend door hen, die daartoe bij de overeenkomst bevoegd zijn verklaard en wordt ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 120
Blijkt na het tot stand komen van de ruilverkavelingsovereenkomst, dat daaraan hebben deelgenomen partijen, die geen eigenaar waren, doch in de kadastrale registratie als zodanig vermeld stonden, dan wordt de overeenkomst niettemin geacht rechtsgeldig te zijn tot stand gekomen en treedt de werkelijke eigenaar in de rechten en verplichtingen, die de in zijn plaats opgetreden partij onbevoegdelijk verworven en op zich genomen heeft.
Artikel 121
Men kan mede tot een ruilverkavelingsovereenkomst toetreden, ten einde tegen inbreng van geld kavels of tegen inbreng van onroerende zaken een geldsom te bedingen.
Artikel 122
Een beding in de overeenkomst, waarbij bepalingen van Hoofdstuk VI, VII en VIII toepasselijk worden verklaard, treedt slechts in werking, indien en voor zover Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Aan de instemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
De bepalingen van Hoofdstuk VII, Titel 2 kunnen in de overeenkomst niet van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
Artikel 123
Het in artikel 122 bedoelde, goedgekeurde beding, waarmee Onze Minister heeft ingestemd, heeft overeenkomstige rechtsgevolgen als de daarin van toepassing verklaarde wetsbepalingen. De in die wetsbepalingen aangewezen autoriteiten, colleges en ambtenaren verlenen op overeenkomstige wijze hun medewerking.
Regeling kavelruil
Tekst met ingang van 1 januari 1998
Artikel 1
Met inachtneming van het in het tweede lid bepaalde wordt instemming verleend aan een beding in de ruilverkavelingsovereenkomst, bedoeld in artikel 119, van de Landinrichtingswet, voor zover in dat beding geen andere bepalingen dan een met artikel 146, derde lid, van die wet overeenkomende bepaling en de bepalingen, vervat in de artikelen 160, tweede, derde en vierde lid, 207, tweede en vierde lid, 208, derde en vierde lid, en 222, eerste en tweede lid, van die wet toepasselijk worden verklaard.
De in het eerste lid genoemde instemming wordt verleend onder de voorwaarde, dat de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij schriftelijk heeft verklaard met die overeenkomst in te stemmen.
Artikel 2
De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan de eigenaren die een ruilovereenkomst hebben gesloten, ter zake waarvan de in artikel 1, tweede lid, bedoelde schriftelijke verklaring is verkregen.
De aanvraag wordt ingediend bij de directeur.
De subsidie bedraagt 100% van de notariële kosten die ten behoeve van de kavelruil worden gemaakt.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking te rekenen van de dag van inwerkingtreding van de Landinrichtingswet.
Zij kan worden aangehaald als: Regeling kavelruil.
Instructie kavelruil
Versie 29 januari 1993
Instructie voor kavelruilprojecten gebaseerd op hoofdstuk V van de Landinrichtingswet
Inleiding1.
De wettelijke basis voor kavelruil is gelegen in artikel 17 en de artikelen 119 t/m 123 van de Landinrichtingswet en in de Regeling kavelruil van de Staatssecretaris van Landbouw van 6 november 1985, nr. J. 6257, laatstelijk gewijzigd op 12 november 1992 (bijlage 1). Deze instructie heeft uitsluitend betrekking op kavelruilen die onder de nieuwe regeling kavelruil vallen.
De Regeling kavelruil heeft tot doel op een snelle en goedkope wijze via een eenvoudige procedure op basis van vrijwilligheid tot een betere verkaveling te komen. Het gaat daarbij om kleinere projecten van administratieve aard. Een betere verkaveling dient in het belang te zijn van landbouw, natuur en/of landschap. De regeling voorziet in een rijksbijdrage in bepaalde kosten.
Om voor de ministeriële goedkeuring in aanmerking te komen dient een kavelruil minimaal te voldoen aan enkele criteria. Deze zijn ontleend aan artikel 17 en artikel 122‚ eerste lid van de Landinrichtingswet. De criteria zijn:
ten minste drie partijen dienen onroerende zaken in te brengen;
er dient in elke kavelruil ruiling van grond plaats te vinden.
Conform artikel 121 van de Landinrichtingswet zijn koop-verkoop transacties tussen eigenaren binnen een kavelruil mogelijk. De strekking van de wet is evenwel niet om bij koop-verkooptransacties de notariskosten zonder meer te subsidiëren. Bij een kavelruilovereenkomst‚ waarin koop- en verkooptransacties zijn opgenomen die los staan van het ruilproces en die even goed plaats kunnen vinden buiten kavelruil‚ zullen deze transacties niet gesubsidieerd worden. Van (grond)ruil is sprake wanneer een partij grond afstoot én terugkrijgt. Alleen de kosten van de in de overeenkomst opgenomen ruilingen en transacties komen in aanmerking voor subsidiëring.
Het is gewenst bij kavelruil aanwezige natuurwaarden alsmede landschappelijke en cultuurhistorische waarden te behouden. Daartoe dient bij het ruilen zoveel mogelijk rekening gehouden te worden met bestaande topografische grenzen, zoals bijvoorbeeld sloten, structuurlijnen‚ kavelgrensbeplantingen en verschillen tussen hoog en laag.
Het initiatief voor kavelruilen moet door de betrokken partijen zelf worden genomen. In de meeste provincies bestaan stichtingen ter bevordering van kavelruilen. De stichtingen hebben tot doel de totstandkoming van kavelruilen te stimuleren en begeleiden.
Inleiding2.
De partij en stellen zelf een concept-overeenkomst op. In de overeenkomst zijn in ieder geval opgenomen een overzicht per deelnemer van inbreng en toedeling alsmede een kaart van de bestaande situatie (situatiekaart) en een kaart van de toekomstige situatie (kavelkaart). De concept-overeenkomst wordt toegezonden aan de door partijen aangewezen notaris, die deze beoordeelt en vóór de ondertekening kadastraal en hypothecair rechercheert en een titelonderzoek instelt.
Na de ondertekening draagt de notaris zorg voor het inschrijven van de overeenkomst in de openbare registers. Door de inschrijving van de overeenkomst wordt de overeenkomst mede verbindend voor degenen die na de inschrijving onder bijzondere titel in de rechten van de eigenaren opvolgen.
Een kavelruil dient in beginsel uitsluitend te bestaan uit gronden die geheel van eigenaar veranderen. Dit kan betekenen dat in een kavelruilovereenkomst gedeeltelijke percelen worden ingebracht en toegedeeld. Indien dit het geval is dan worden deze perceelsgedeelten op kaart aangegeven. In voorkomende gevallen draagt de notaris zorg voor de aanvraag van perceelssplitsing bij het kadaster (meting en kadastrale toepassing van de door partijen overeengekomen nieuwe grenzen). Hierdoor worden in de akte uitsluitend gehele percelen ingebracht en toegedeeld en kan, indien van toepassing, de over- en ondermaat van de in de overeenkomst ingebrachte perceelsgedeelten worden bepaald en zonodig verrekend.
Indien de kavelruil gelegen is in een landinrichtingsproject, dienen partijen in een vroegtijdig stadium overleg te plegen met de desbetreffende landinrichtingscommissie om instemming van deze commissie te verkrijgen. Onder een landinrichtingsproject dient tevens te worden verstaan een te herverkavelen blok van een deelgebied van de herinrichting Oost-Groningen en Gronings-Drentse Veenkoloniën en het reconstructiegebied Midden-Delfland.
Een kavelruil in een landinrichtingsproject in voorbereiding kan worden goedgekeurd, mits niet strijdig met de doelstellingen van het (voor)ontwerpplan.
Een kavelruil in een landinrichtingsproject in uitvoering kan worden goedgekeurd, mits de toezending van de kavelruilovereenkomst aan de accountmanager DLG in de provincie plaats vindt binnen 3 jaar na het besluit tot vaststelling van het landinrichtingsplan‚ doch in elk geval vóór de vaststelling van de richtlijnen van het plan van toedeling. Een uitzondering hierop wordt gemaakt als het ruilingen over de blokgrens heen betreft die in het belang van het plan van toedeling zijn.
De instemming van de landinrichtingscommissie met de kavelruil houdt geen toezegging van enigerlei aard in ten aanzien van het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen.
Beoordeling overeenkomst3.
De partijen sturen een kopie van de getekende overeenkomst en de bijbehorende kaarten naar de accountmanager DLG. Daarbij worden tevens de volgende stukken meegezonden:
Het ruilschema (figuur waarop de ruiltransacties schematisch zijn weergegeven);
Indien de kavelruil (deels) gelegen is in een landinrichtingsproject‚ een schriftelijke verklaring van de betrokken commissie dat zij instemt met de voorgenomen kavelruil.
De accountmanager DLG in de provincie beoordeelt of de kavelruil aan de daarvoor te stellen eisen voldoet, waaronder of er minimaal drie partijen grond hebben ingebracht en of er sprake is van ruil. In bijlage 2 staan enkele voorbeelden van minimale ruilschema’s. Na beoordeling van de overeenkomst stuurt de accountmanager DLG een voorstel tot goedkeuring (of afkeuring) naar de directeur DLG.
Goedkeuring overeenkomst4.
Op basis van het advies van de accountmanager DLG verleent de directeur DLG, gemandateerd door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, al dan niet goedkeuring aan de overeenkomst. Deze goedkeuring houdt tevens een rijksbijdragetoezegging in. De rijksbijdrage heeft uitsluitend betrekking op de werkelijk geruilde oppervlakte. De rijksbijdrage bedraagt 100% van de notariële kosten.
Het niet verkrijgen van de ministeriële goedkeuring houdt in dat geen rijksbijdrage wordt toegekend.
Na goedkeuring van de overeenkomst stelt de directeur DLG de accountmanager DLG daarvan schriftelijk op de hoogte. De accountmanager DLG coördineert de verdere afhandeling in de provincie en bericht de partijen schriftelijk inzake de goedkeuring.
Opstellen en ondertekenen van de akte5.
De notaris stelt aan de hand van de overeenkomst en door het Kadaster verstrekte actuele gegevens de akte op. De formulering van de akte (inclusief de vermelding van evt. erfdienstbaarheden, kettingbedingen en dergelijk) geschiedt door de notaris. Eventuele mutaties na de ondertekening van de overeenkomst en vóór de aktepassering dienen te worden verwerkt in de akte. De notaris draagt zorg voor de inschrijving van de akte in de openbare registers.
Administratie en financiële afhandeling6.
De ministeriële goedkeuring houdt een rijksbijdragetoezegging in. De volgende notariële kosten worden vergoed:
het verstrekken van kadastrale- en hypothecaire informatie door het kadaster aan de notaris ten behoeve van kavelruilovereenkomst en -akte;
het opstellen van kavelruilovereenkomst en -akte en het inschrijven ervan in de openbare registers;
(eventuele) perceelssplitsingen die in de overeenkomst zijn opgenomen en voor zover door de notaris aangevraagd.
Het Kadaster brengt bij de notaris de kosten voor informatieverstrekking, het inschrijven in de openbare registers en eventuele perceelssplitsingen in rekening op basis van tarieven uit het Besluit Kadastraal Recht (BKR). De notaris stuurt zijn declaratie naar de accountmanager DLG. Na akkoordbevinding wordt het verschuldigde bedrag door de accountmanager DLG aan de notaris betaald.
In de provincie wordt een voortgangsadministratie bijgehouden. De verplichtingenadministratie wordt centraal bijgehouden.
Een bijzondere regeling is van toepassing voor die kavelruilen die aan weerszijden van grenzen van te herverkavelen blokken liggen en die in het belang van de herverkaveling worden uitgevoerd. Het kadaster werkt in die gevallen, zonder apart kosten in rekening te brengen, mee aan de opstelling van de kavelruilovereenkomst en de verstrekking van de benodigde kadastrale informatie. De vergoeding van de notariële kosten betreft in deze kavelruilen het opstellen van de akte en de overschrijving van de overeenkomst en de akte in de openbare registers.
Utrecht, 29 januari 1993.
Wet inrichting landelijk gebied
Artikel 85
Ruilverkaveling bij overeenkomst is de schriftelijk aan te gane en in de openbare registers in te schrijven overeenkomst waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de gegeven massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen.
Bij een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid kunnen mede partijen betrokken zijn die tegen inbreng van een geldsom onroerende zaken of tegen inbreng van onroerende zaken een geldsom bedingen, met dien verstande dat overeenkomsten waarbij niet meer dan drie partijen zijn betrokken slechts als ruilverkaveling bij overeenkomst worden aangemerkt indien alle partijen onroerende zaken inbrengen en ten hoogste één van hen daartegen slechts een geldsom bedingt.
Een bedrijfsverplaatsing, waarbij de gronden van het achtergelaten bedrijf worden gebruikt om onroerende zaken samen te voegen en de gegeven massa op een bepaalde wijze te verkavelen, kan in een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid worden opgenomen.
Indien een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid onroerende zaken omvat waarop hypotheken, conservatoire of executoriale beslagen rusten, is de overeenkomst slechts rechtsgeldig, indien zij door de hypotheekhouders of beslagleggers is medeondertekend.
De akte, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend door hen, die daartoe bij de overeenkomst bevoegd worden verklaard en wordt ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 86
Door inschrijving van een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, in de openbare registers wordt deze mede verbindend voor degenen die na de inschrijving onder bijzondere titel in de rechten van de eigenaren opvolgen.
Indien na de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, komt vast te staan dat een of meer van de partijen bij de overeenkomst geen eigenaar waren, maar in de basisregistratie kadaster als zodanig vermeld stonden, wordt de overeenkomst geacht rechtsgeldig tot stand te zijn gekomen en treedt de werkelijke eigenaar in de rechten en verplichtingen, die de in zijn plaats opgetreden partij onbevoegdelijk heeft verworven en op zich genomen.
Artikel 87
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke artikelen of onderdelen daarvan van deze wet in een beding in een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van overeenkomstige toepassing kunnen worden verklaard. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld waaraan moet worden voldaan alvorens een zodanig beding overeenkomstige rechtsgevolgen heeft als de daarin van toepassing verklaarde bepalingen van deze wet.
Artikel 88
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld, waaraan een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, moet voldoen.
Regeling inrichting landelijk gebied
Artikel 21
In een beding van de overeenkomst, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet, kunnen de artikelen 60, tweede, derde en vierde lid, 81, tweede, vierde en vijfde lid, en 82, derde en vierde lid, van de wet, van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
In de notariële akte van verdeling, bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet, wordt vermeld welke van de in het eerste lid genoemde artikelen in het beding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.
Besluit inrichting landelijk gebied
Artikel 31a
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de wet heeft geen betrekking op:
kavels die deel uitmaken van de bebouwde kom;.
kavels die deel uitmaken van een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden samenstel van kavels dat:
in gebruik is voor woningbouw, daaronder begrepen recreatiewoningen, of de huisvesting van bedrijven met een niet-agrarische bestemming;
voor een dergelijk gebruik is bestemd ingevolge plannen of besluiten op grond van de Wet ruimtelijke ordening;
daarvoor zal worden bestemd blijkens bekendgemaakte ontwerpen voor dergelijke plannen of besluiten;
kavels waar ontgronding plaatsvindt, tenzij daaraan overeenkomstig de voorwaarden die het bevoegd gezag heeft verbonden aan de vergunning tot ontgronding na de ontgronding de bestemming landbouw of ontwikkeling van natuur of kleinschalige recreatie wordt gegeven; of
de beperkte rechten met betrekking tot de kavels, bedoeld in de onderdelen a tot en met c.