BNB 2021/40
Eigen woning tijdens uitzending naar buitenland. Tijdelijke bewoning door studerende dochter
HR 23-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1667, m.nt. E.J.W. Heithuis
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/05223
- Conclusie
A-G Niessen
- Noot
E.J.W. Heithuis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS253966:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:704, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑07‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2019
- Wetingang
Essentie
Eigen woning tijdens uitzending naar buitenland. Tijdelijke bewoning door studerende dochter
Samenvatting
Belanghebbende is in 2011 door zijn werkgever uitgezonden naar het buitenland. Tot de uitzending woonde hij met zijn echtgenote in een eigen woning in Nederland. De echtgenote heeft tot begin 2014 ingeschreven gestaan op dat adres. Belanghebbende en zijn echtgenote verbleven in de woning wanneer zij naar Nederland kwamen. Sinds 2017 wonen zij weer in de woning. Een van de dochters van belanghebbende woonde tot 22 oktober 2010 in de woning. Daarna woonde zij voor haar studie op kamers en stond zij elders ingeschreven. In de weekenden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.