Vgl. HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2289, HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2295, HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:655, HR 7 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:336 en HR 3 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:776.
HR, 24-03-2026, nr. 24/03219
ECLI:NL:HR:2026:476
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24-03-2026
- Zaaknummer
24/03219
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2026:476, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2024:1415
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:65
ECLI:NL:PHR:2026:65, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:476
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2026-0112
Uitspraak 24‑03‑2026
Inhoudsindicatie
Marktplaatsfraude. Medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 311.1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420.1.b Sr) en als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.4 Sr). Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden is opgelegd in combinatie met taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft aan verdachte onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel bedraagt dus meer dan 6 maanden. Daarnaast heeft hof een taakstraf van 180 uren opgelegd. Strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9.4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging (met uitzondering van schadevergoedingsmaatregel). Samenhang met 24/03216 J.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03219
Datum 24 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 augustus 2024, nummer 22-002748-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J.E. Kötter en J.L. L’Homme bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026.
Conclusie 13‑01‑2026
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Slagend middel over oplegging niet toelaatbare combinatie van straffen door het hof, art. 9 lid 4 Sr. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing. Samenhang met 24/03216.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/03219
Zitting 13 januari 2026
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte
1. Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 8 augustus 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-002748-22) wegens:3. “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd”;4. “medeplegen van gewoontewitwassen”; en5. “als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd overeenkomstig art. 27 Sr, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. Het hof heeft daarnaast beslissingen genomen over de inbeslaggenomen goederen en de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 24/03216, waarin ik vandaag ook zal concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.L. L'Homme en J.E. Kötter, beiden advocaat in Amsterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
2. Het middel
2.1
Het middel klaagt dat het hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een langere duur dan zes maanden te combineren met een taakstraf.
2.2
Het bestreden arrest houdt over de strafoplegging onder meer het volgende in:
“Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.”
2.3
Art. 9 lid 4 Sr luidt:
“In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen.”
2.4
Het hof heeft aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden opgelegd. Het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel bedraagt dus meer dan 6 maanden. Daarnaast heeft het hof een taakstraf van 180 uren opgelegd. De strafoplegging in zijn geheel is daarmee in strijd met art. 9 lid 4 Sr.1.
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.
3. Slotsom
3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 13‑01‑2026