M en R 2022/78
Ontvankelijkheid. Bevoegdheid rechtbank. Economische raadkamer. Economisch delict. Op de interne markt brengen van hout. Myanmar.
HR 10-05-2022, ECLI:NL:HR:2022:681, m.nt. W.Th. Douma & J.L.J. Halbertsma onder
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 mei 2022
- Magistraten
De Hullu, Borgers, Claassens
- Zaaknummer
20/03138
- Noot
W.Th. Douma & J.L.J. Halbertsma onder M en R 2022/77
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS668593:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:681, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑05‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:240, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑03‑2021
- Wetingang
Essentie
Ontvankelijkheid. Bevoegdheid rechtbank. Economische raadkamer. Economisch delict. Op de interne markt brengen van hout. Myanmar.
Samenvatting
Deze zaak betreft het afwijzen van een klaagschrift door de rechtbank Amsterdam over de inbeslagname van partijen teakhout uit Myanmar. Tegen die afwijzing voert de klaagster drie cassatiemiddelen aan. De HR behandelt allereerst het derde cassatiemiddel, waarin klaagster stelt dat haar klacht ten onrechte niet is behandeld door de economische raadkamer van de rechtbank. De Hoge Raad onderzoekt de wettelijke systematiek en beslist dat op grond van de Wet economische delicten algemene raadkamers bevoegd zijn tot het behandelen en beslissen van strafbare feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.