Prg. 2010, 21
Na opzegging van de huur van winkelruimte wegens dringend eigen gebruik wordt de rechtsvordering tot vaststelling van het tijdstip waarop de huurovereenkomst zal eindigen pas ver na de dag waartegen is opgezegd, ingesteld. Nadat de kantonrechter de huurder heeft veroordeeld tot ontruiming besluit het hof tot vernietiging, omdat de huurder redelijkerwijze mocht aannemen dat verhuurder afzag van de beëindiging van de huurovereenkomst.
Hof 's-Gravenhage 15-12-2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7117
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
15 december 2009
- Magistraten
Mrs. M.C.M. van Dijk, R.C. Schlingemann, N.M. van der Horst
- Zaaknummer
200.015.647/01
- LJN
BK7117
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huur van bedrijfsruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7117, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 15‑12‑2009
- Wetingang
BW art. 7:295 lid 2, 296
Essentie
Huurrecht. Is het verstandig van verhuurder van winkelruimte om na opzegging wegens dringend eigen gebruik en na weigering van huurder om met die opzegging in te stemmen, lang te dralen met het instellen van een rechtsvordering zonder enige explicatie aan huurder voor dat getalm?
Neen, want in dat geval mag huurder redelijkerwijze verwachten dat de verhuurder afziet van beëindiging en zal de rechter niet het tijdstip vaststellen waarop de huurovereenkomst eindigt.
Samenvatting
Verhuurder van winkelruimte vordert na opzegging wegens dringend eigen gebruik bij brief van 26 mei 2006 tegen 1 juni 2007 vaststelling van het tijdstip waarop de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.