JAR 2017/311
Opvolgend werkgeverschap én berekening transitievergoeding naar oud recht.
HR 17-11-2017, ECLI:NL:HR:2017:2905
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 november 2017
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
16/06096
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2905, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑11‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:1252, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑07‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑12‑2016
- Wetingang
Art. 3:33, 3:35, 7:668, 7:668a, art. 7:673 BW; art. 68a Overgangsrecht Nieuw BW
Essentie
De rechtsvoorganger van de werkgever is failliet verklaard op 28 mei 2014. Er heeft een doorstart plaatsgevonden waarbij de ‘nieuwe’ werkgever, Constar, een aantal werknemers voor bepaalde tijd in dienst heeft genomen. Bij brief van 13 augustus 2015 heeft Constar laten weten dat de arbeidsovereenkomst van de werknemer per 10 september 2015 niet zal worden verlengd wegens beëindiging van het bedrijf. De werknemer heeft aanspraak gemaakt op de transitievergoeding. De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen, maar het hof heeft het afgewezen en heeft geoordeeld dat sprake was van een aanzegging, niet van opzegging.
Op het cassatieberoep van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.