NJB 2025/2818:Goed huurderschap. Gedragingen buiten het gehuurde. Een huurder van een woning kleedt zich uit op het kantoor van de verhuurder en verwondt zichzelf daar met een scheermesje, omdat hij een andere woning wil. De rechter wijst een vordering tot ontruiming toe op de grond dat de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen. De huurder voert in cassatie aan dat zijn gedragingen geen verband houden met het gebruik van de woning. Hoge Raad: De wettelijke verplichting om zich als een goed huurder te gedragen kan betrekking hebben op gedragingen van de huurder buiten het gehuurde, mits er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst. Het oordeel van het hof dat de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen wegens zijn gedragingen op het kantoor van de verhuurder – gericht op het verkrijgen van een andere woning – geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.