Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/25:25 Publiciteit
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/25
25 Publiciteit
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD13562:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Derden hebben er belang bij dat goederenrechtelijke verhoudingen kenbaar voor hen zijn. Om die reden is een mutatie in goederenrechtelijke rechten in het algemeen slechts mogelijk als aan bepaalde publiciteitseisen is voldaan. Voor registergoederen geldt een strenge publiciteitseis: inschrijving van een notariële akte in een openbaar register. Derden kunnen door raadpleging van een openbaar register de goederenrechtelijke status van een registergoed achterhalen. Crediteuren kunnen zo bijvoorbeeld vaststellen of hun debiteur de eigenaar is van een onroerende zaak, alsmede met welke beperkte rechten, zoals hypotheekrechten, die zaak belast is.1
Voor de vestiging van een stil pandrecht geldt geen publiciteitseis. Voor de vestiging daarvan is een authentieke of een geregistreerde onderhandse akte vereist.2 Registratie van zo een akte in een openbaar register is niet vereist; de in de wet bedoelde registratie bij de Inspectie der Registratie en Successie van de Belastingdienst van een onderhandse pandakte is geen registratie in een openbaar register.3 Deze registratie strekt uitsluitend tot vastlegging van het tijdstip waarop het pandrecht is gevestigd.4
Doordat geen publiciteitseis geldt voor de vestiging van een stil pandrecht zal een stil pandrecht voor derden, zoals crediteuren van de pandgever, in veel gevallen niet kenbaar zijn. De debiteur van een stil verpande vordering wordt tegen zijn onbekendheid met het pandrecht beschermd doordat hij bevrijdend kan betalen aan de pandgever. Derden aan wie de stil verpande vordering wordt overgedragen of die een beperkt recht op de vordering verkrijgen, worden tegen hun onbekendheid met een stil pandrecht slechts in bijzondere gevallen beschermd. Aan art. 3:88 BW kunnen zij geen bescherming ontlenen, omdat de onbevoegdheid van degene van wie zij (een recht op) de vordering verkrijgen niet het gevolg is van de ongeldigheid van een vroegere overdracht. Aan art. 3:36 BW kunnen zij slechts bescherming ontlenen als zij zijn afgegaan op een door de pandhouder gegeven verkeerde voorstelling van zaken.