Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.1.4:I.1.4 Methode
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.1.4
I.1.4 Methode
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497724:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zoektocht naar het antwoord op de hiervoor geformuleerde onderzoeksvragen geschiedt in de eerste plaats – en vooral voor de eerste onderzoeksvraag – door een onderzoek naar de Wet OB 1968, de totstandkomingsgeschiedenis, de jurisprudentie en de literatuur. Omdat de Wet OB 1968 de Nederlandse implementatie is van de Europese Btw-richtlijn, moet tevens acht worden geslagen op het Unierecht (zie nader par. 1.6). Voor het vormen van een oordeel over de huidige stand van het recht kunnen, zoals in de voorgaande paragraaf is uiteengezet, argumenten worden ontleend aan kwaliteitseisen die voor wetgeving zijn geformuleerd. Tot zover is sprake van een klassieke rechtswetenschappelijke studie.
De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag vergt een iets andere aanpak. Daarvoor is het zaak eerst zicht te krijgen op de strekking van de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn. Dit vergt het achterhalen van gegevens die, geabstraheerd van de concrete uitwerking van de belasting, aangeven wat van wie moet worden belast. De hiervoor al genoemde bronnen vormen het uitgangspunt van deze zoektocht. Als de strekking van de omzetbelasting is vastgesteld, is daarmee tevens het belangrijkste deel van het toetsingskader voor het huidige recht gevormd. Voor zover dit huidige recht afwijkt van de strekking van de belasting, kan worden bezien of daarvoor rechtvaardigingen bestaan. Rechtvaardigingen kunnen onder meer zijn gelegen in het rechtszekerheidsbeginsel, de uitvoerbaarheid en de eenvoud.
Vanwege het doel en de reikwijdte van het onderzoek is bewust afgezien van rechtsvergelijking met andere landen. Wat betreft de jurisprudentie zijn vooral uitspraken van het Hof van Justitie en de Hoge Raad der Nederlanden in het onderzoek betrokken. Bij het literatuuronderzoek zijn naast publicaties in de Nederlandse fiscale literatuur vooral Engelstalige publicaties uit de internationale literatuur over het Europese btw-recht bestudeerd.