Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/374:374 Plan van behandeling
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/374
374 Plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 13-04-2026
- Datum
13-04-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD100272:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in deze paragraaf te onderzoeken vraag is of en zo ja op grond waarvan de inningsbevoegde pandhouder gerechtigd is om de van de verpande vordering afhankelijke zekerheidsrechten uit te oefenen. In dat onderzoek worden betrokken het systeem van de wet, de wetsgeschiedenis en een vergelijking met de bevoegdheden van een beslaglegger om van de beslagen vordering afhankelijke zekerheidsrechten uit te oefenen.
Afhankelijke zekerheidsrechten zijn tevens nevenrechten. Er zijn meer nevenrechten dan pand, hypotheek en borgtocht. In algemene zin wordt, in paragraaf 12.6.4, slechts kort stilgestaan bij de vraag of de inningsbevoegde pandhouder deze andere mogelijk aan een verpande vordering verbonden nevenrechten kan uitoefenen. De reden hiervoor is dat het gegeven dat een recht een nevenrecht is wel van belang kan zijn voor het antwoord op de vraag of het door de inningsbevoegde pandhouder kan worden uitgeoefend, maar daarvoor niet doorslaggevend is. In andere paragrafen van dit hoofdstuk wordt voor een aantal rechten van de crediteur van een vordering, waaronder een aantal nevenrechten, onderzocht of dit rechten zijn die door de inningsbevoegde houder van een pandrecht op een vordering kunnen worden uitgeoefend.