Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/396:396 Kwalificatie
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/396
396 Kwalificatie
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD52985:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:278 BW. Vgl. Asser/Mijnssen/Van Velten/Van Mierlo 3-III 2003, nr. 377.
Art. 3:284 BW.
Art. 21 Invorderingwet 1990. Zie voor meer voorbeelden van beide categorieën van voorrechten Van Achterberg 1999, nr. 11.
Asser/Mijnssen/Van Velten/Van Mierlo 3-III 2003, nr. 377.
Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een voorrecht is een door de wet aan een bepaalde vordering verbonden recht dat de schuldeiser het recht geeft zich bij voorrang te verhalen op één of meer bepaalde goederen van de schuldenaar of op alle goederen van de schuldenaar.1 Een voorbeeld van een voorrecht op een bepaald goed zijn de tot behoud van een goed gemaakte kosten.2 Een voorbeeld van een voorrecht op alle goederen van een schuldenaar is het voorrecht van de fiscus op alle goederen van de belastingschuldenaar.3
Hoewel een voorrecht, als een door de wet aan een bepaalde vordering verbonden recht, niet zonder die vordering kan bestaan, bestaat geen eenstemmigheid over de vraag of het een afhankelijk recht is in de zin van art. 3:7 BW. Volgens Van Mierlo is een voorrecht een afhankelijk recht.4 Snijders/Rank-Berenschot stelt dat een voorrecht geen afhankelijk recht is in de zin van art. 3:7 BW, om de reden dat het geen vermogensrecht is.5 Duidelijk is wel dat de aan een vordering verbonden voorrechten na de overgang van de vordering als nevenrechten aan de verkrijger van de vordering toekomen.6