Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.19.4.1.1
IV.19.4.1.1 De termijn van § 48 lid 4 VwVfG
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS381350:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
BVerwGE 19 december 1984, bandnr. 70, 356.
BVerwGE 18 augustus 2010, zaaknr. 8 C 39.09.
BVerwGE 28 januari 2013, zaaknr. 2 B 62.12. Het is overigens niet mogelijk om de termijn te stuiten: BVerwGE 21 oktober 2010, zaaknr. 3 C 4.10.
Dit geldt temeer indien wordt bedacht dat de voor verlening van beschikkingen geldende beslistermijn in beginsel 3 maanden bedraagt. Zie § 42a lid 2 VwVfG.
BVerwGE 16 mei 2007, zaaknr. 6 C 24.06. Ook in het asielrecht bestaat naar het oordeel van het Bundesverwaltungsgericht geen ruimte voor toepassing van de intrekkingstermijn van § 48 lid 4 VwVfG: BVerwGE 19 november 2013, zaaknr. 10 C 27.12.
Zoals weergegeven in paragraaf 17.6 bevat § 48 lid 4 VwVfg een termijn binnen welke de beschikking dient te worden ingetrokken. Het betreft een termijn van een jaar, welke gaat lopen op het moment dat het bestuursorgaan kennis neemt van feiten die kunnen leiden tot de intrekking van een beschikking. Deze termijn is in de visie van het Bundesverwaltungsgericht opgenomen ten behoeve van de rechtszekerheid:
‘Da die Rücknahme eines rechtswidrigen begünstigenden Verwaltungsakts aufgrund des § 48 Abs. 2 VwVfG ganz oder teilweise ausgeschlossen sein kann und die Behörde auch nach dem in Absatz 1 eingeräumten Ermessen von der Rücknahme absehen kann, dient die Jahresfrist der im Interesse der Rechtssicherheit nötigen Klarstellung, ob ein rechtswidriger begünstigender Verwaltungsakt zurückgenommen wird oder ob und von welchem Zeitpunkt an der jeweilige Einzelfall durch Nichtrücknahme des Verwaltungsakts endgültig abgeschlossen ist […].’1
Betwijfeld kan echter worden in hoeverre deze termijn de begunstigde bescherming biedt. Een en ander hangt samen met de uitleg die het Bundesverwaltungsgericht aan deze bepaling geeft. Zoals gezegd gaat op grond van deze uitleg de termijn pas lopen als alle voor intrekking relevante feiten op tafel liggen en ook voor het bevoegde orgaan duidelijk is dat deze feiten leiden tot onrechtmatigheid van de beschikking (causaal verband). Het bestuursorgaan heeft dus vanaf dat moment eigenlijk een jaar de tijd om de uiteindelijke intrekkingsbeslissing te nemen. De termijn is dus feitelijk niet meer dan een beslistermijn. Het doel van de termijn is dus te verzekeren dat het bestuursorgaan voldoende tijd heeft om een intrekkingsbeslissing te nemen.2 Pas als het bestuursorgaan binnen deze termijn geen beslissing neemt, is intrekking niet meer mogelijk.3 Dat zal niet snel het geval zijn. Gelet op de functie van § 48 lid 4 VwVfG heeft, te weten: het bieden van een beslistermijn, is de termijn van een jaar dan ook lang.4
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat toepasselijkheid van de termijn van § 48 lid 4 VwVfG in de bijzondere wet kan worden uitgesloten. Een voorbeeld hiervan biedt de Duitse wapenwet. In deze wet is een regeling opgenomen inzake de intrekking van wapenverloven. Er is geen termijn opgenomen binnen welke een verlof moet worden ingetrokken. Het VwVfG kan dan aanvullend gelden. Indien dat het geval zou zijn, dan zou de termijn van § 48 lid 4 VwVfG bij de intrekking van een wapenverlof kunnen worden toegepast. Het Bundesverwaltungsgericht heeft echter bepaald dat de intrekkingstermijn niet kan worden toegepast ten aanzien van de intrekking van een wapenverlof:
‘Die Jahresfrist ist nicht ergänzend anwendbar, wenn der Gesetzgeber erkennbar zum Schutz vorrangiger Grundrechte oder Rechtsgüter Dritter einen gesetzwidrigen Zustand schlechterdings nicht hinnehmen will. Die Pflicht, Gefahren durch Waffen in der Hand unzuverlässiger Personen zu vermeiden, verbietet eine Anwendung der Fristregelung.’5
Kennelijk wordt een vervaltermijn, gelet op de aard van de materie en de betrokken algemene belangen, in specifieke gevallen niet wenselijk geacht.