Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/122:122 Een goederenrechtelijk recht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/122
122 Een goederenrechtelijk recht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 30-07-2025
- Datum
30-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19226:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:298 BW.
Vgl. Ginossar 1960, p. 29, 35–36 en 46-67 en Eggens 1960, p. 14-16. In dezelfde zin reeds Wiarda 1937, p. 93-94.
Zie Kortmann 1973, p. 428-430.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De schuldeiser heeft een persoonlijk recht jegens de schuldenaar. Hij kan uitsluitend van de schuldenaar nakoming daarvan vorderen. Hij heeft daarnaast een (goederenrechtelijk) recht op het object van de vordering, bijvoorbeeld een recht op levering van een zaak. Dit recht kan hij tegenover derden handhaven, zij het dat hij ‘betere’ rechten van derden (zoals bijvoorbeeld een ouder recht op levering1) moet respecteren. De schuldeiser staat niet alleen in een rechtsrelatie tot de schuldenaar, maar tevens tot dit object van de verbintenis, de vordering op de schuldenaar. Deze rechtsverhouding tussen de schuldeiser en de vordering is een goederenrechtelijke. Doordat de schuldeiser een goederenrechtelijk recht op de prestatie heeft, staat hij niet alleen in een relatie tot de schuldenaar, maar ook tot derden. Het recht van de schuldeiser tot de prestatie is exclusief, hij kan zijn recht tegenover derden handhaven. Van hetgeen waartoe de schuldeiser gerechtigd is, dienen derden zich te onthouden.2
Dit door een relatie tot een object in een relatie tot een onbepaalde groep derden komen te staan, in tegenstelling tot het staan in een relatie tot een schuldenaar van een verbintenis, is bepalend voor de vraag of een recht een goederenrechtelijk recht is. Kortmann heeft er mede op deze grond voor gepleit het goederenrechtelijke recht van een rechthebbende tot een vordering ook onder het huidige BW eigendom te noemen.3 Dat pleidooi ondersteun ik: zie paragraaf 1.6.