Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/449:449 Voorwaardelijke eigendom
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/449
449 Voorwaardelijke eigendom
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD46160:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het oude Burgerlijk Wetboek werd een overdracht tot zekerheid vermoed een overdracht onder de ontbindende voorwaarde van de betaling van de schuld van de vervreemder aan de verkrijger te zijn. De zekerheidseigenaar verkreeg een eigendomsrecht dat onderworpen was aan die ontbindende voorwaarde. Door de vervulling van de ontbindende voorwaarde van betaling van de schuld werd de schuldenaar weer onvoorwaardelijk eigenaar van het tot zekerheid overgedragen goed. Partijen konden hiervan afwijken, bijvoorbeeld door overeen te komen dat voldoening van de schuld uitsluitend het obligatoire gevolg had dat de zekerheidseigenaar gehouden was het tot zekerheid overgedragen goed aan de schuldenaar terug over te dragen.1
Het huidige Burgerlijk Wetboek kent zowel de overdracht onder voorwaarde,2 als aan een voorwaarde onderworpen goederenrechtelijke rechten.3 Een overdracht onder de ontbindende voorwaarde van betaling van een schuld van de vervreemder aan de verkrijger past zonder meer in het systeem van het huidige wetboek. Er is dan ook geen reden om de overdracht tot zekerheid naar huidig recht anders te duiden dan naar oud recht. Ook is er geen aanleiding om partijen niet in de gelegenheid te stellen hiervan af te wijken. Daaraan bestaat in de praktijk behoefte. Bij bijvoorbeeld repo’s van effecten pleegt men overeen te komen dat voldoening van de schuld geen goederenrechtelijke gevolgen heeft, maar de eigenaar verplicht tot overdracht van eenzelfde hoeveelheid gelijksoortige effecten. Daardoor beoogt men te bereiken dat de zekerheidseigenaar bevoegd is aan een derde een onvoorwaardelijk eigendomsrecht op de effecten te verschaffen of daarop ten behoeve van een derde een beperkt recht te vestigen.4