Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/91:91 Moet het fiduciaverbod worden geschrapt?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/91
91 Moet het fiduciaverbod worden geschrapt?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD18557:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderwerp van dit hoofdstuk is de vraag of de overdracht tot zekerheid op ruimere schaal dan thans het geval is mogelijk gemaakt zou moeten worden door het ‘fiduciaverbod’ (art. 3:84 lid 3 BW) te schrappen en zo ja, of afschaffing van de regeling van het stil pandrecht geboden is. Evenals het vorige hoofdstuk gaat ook dit hoofdstuk over stil pandrecht op en overdracht tot zekerheid van vorderingen, maar zal met betrekking tot de overdracht tot zekerheid veelvuldig worden verwezen naar literatuur en rechtspraak die (mede) betrekking hebben op roerende zaken. De redenen hiervoor zijn dat de relevante literatuur, jurisprudentie en wetsgeschiedenis vaak uitsluitend of mede betrekking hebben op roerende zaken en dat voor een verschillende behandeling van vorderingen en roerende zaken in veel gevallen geen aanleiding is.
In dit hoofdstuk wordt geen bijzondere aandacht besteed aan de vraag hoe de fiduciaire eigendomsoverdracht past in het systeem van het thans geldende Burgerlijk Wetboek. Ook vragen over de regels die naar huidig recht gelden voor fiduciaire eigendomsoverdracht, zoals de vraag of de bepalingen die gelden voor pandrecht analoog moeten worden toegepast op zekerheidsoverdracht, blijven hier in beginsel buiten beschouwing. Aandacht aan deze vragen wordt besteed in hoofdstuk 14.