De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.7.1:7.3.7.1 Misbruik van omstandigheden
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/7.3.7.1
7.3.7.1 Misbruik van omstandigheden
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS373226:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 4 BW, p. 265 (TM); Handboek Erfrecht 2011, p. 117.
Groene Serie Erfrecht, Art. 4:57 BW, aant. 2, W. Breemhaar.
Handboek Erfrecht 2011, p. 117.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
316. De regeling van wilsgebreken in art. 3:44 BW is in beginsel van toepassing op uiterste wilsbeschikkingen. Art. 4:43 lid 1 BW bepaalt echter dat de uiterste wilsbeschikking niet vatbaar is voor vernietiging op de grondslag dat zij door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Meijers geeft als reden dat de mogelijkheid tot vernietiging op grond van misbruik van omstandigheden zou leiden tot vele processen.1 Degenen die menen te weinig te hebben gekregen, menen ‘bijna steeds dat de bevoordeelden een onoirbare invloed hebben uitgeoefend’ op de testator. De wetgever adresseert bij voorbaat een aantal gevallen waarin mogelijk misbruik van omstandigheden speelt. In art. 4:57 BW e.v. specificeert de wet een aantal gevallen waarin de erflater een bepaalde beschikking niet ‘kan maken’. Zo kan de erflater geen uiterste wilsbeschikking maken ten gunste van zijn voogd, en kan een 16- of 17-jarige geen uiterste wilsbeschikking maken ten gunste van zijn leermeester met wie hij samenwoont. (Geestelijk) verzorgers die iemand bijstaan tijdens de ziekte waaraan hij overlijdt, kunnen geen voordeel trekken uit een uiterste wilsbeschikking die is gemaakt tijdens de bijstand. Hierop maakt art. 4:60 BW een uitzondering voor de echtgenoot en bepaalde bloed- of aanverwanten en voor legaten die zijn gemaakt als beloning voor bewezen diensten, waarbij de financiële positie van de erflater en de feitelijk bewezen diensten in acht worden genomen. Hoewel de formulering ‘kan niet maken’ doet vermoeden dat de sanctie nietigheid van de beschikking is, bepaalt art. 4:62 lid 1 BW dat een uiterste wilsbeschikking in strijd met de voorgaande artikelen vernietigbaar is.2 Ook heeft de notaris de taak om ervoor te waken dat een uiterste wilsbeschikking niet wordt gemaakt onder invloed van misbruik van omstandigheden.3