Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.3.5:I.2.3.5 Vertaling naar concrete uitwerking van de omzetbelasting
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.3.5
I.2.3.5 Vertaling naar concrete uitwerking van de omzetbelasting
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS494139:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de concrete uitwerking van de belasting is het nodige terug te zien van de hiervoor uitgewerkte strekking. Zo bepaalt artikel 1 Wet OB 1968 dat in Nederland onder bezwarende titel verrichte prestaties (leveringen van goederen en diensten) door als zodanig handelende ondernemers belastbaar zijn. Artikel 2 Wet OB 1968 legt het uitgangspunt neer dat ondernemers recht op aftrek hebben van de bij hun inkopen betaalde belasting. Dit zou idealiter moeten leiden tot het hiervoor beschreven resultaat dat overdrachten van de ondernemingssfeer naar de consumptiesfeer belast worden, en dat bij alle andere overdrachten (effectief) geen heffing plaatsvindt. Een bewuste inbreuk vormen echter vooral de meeste vrijstellingen van artikel 11 Wet OB 1968 (artikel 132 en 135 Btw-richtlijn). Voor ingekochte goederen en diensten die een ondernemer voor dergelijke vrijgestelde prestaties gebruikt, bestaat op voet van artikel 15 Wet OB 1968 (artikel 168 Btw-richtlijn) in beginsel geen recht op aftrek van voorbelasting.