Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/390:390 Wel overdracht aan de pandhouder
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/390
390 Wel overdracht aan de pandhouder
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 15-05-2026
- Datum
15-05-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD105918:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de pandhouder inningsbevoegd, dan moet mijns inziens worden aangenomen dat de inningsonbevoegde pandgever niet bevoegd is zijn eigendomsrecht uit te oefenen. Als noch de pandgever, noch de pandhouder het eigendomsrecht kan uitoefenen, wordt de kans kleiner dat de verpande vordering (volledig) kan worden geïnd, hetgeen nadelig is voor zowel de pandgever als de pandhouder. De oplossing voor dit probleem is dat de pandgever zijn voorbehouden eigendom overdraagt aan de pandhouder, eventueel onder de ontbindende voorwaarde dat de inningsbevoegdheid van de pandhouder eindigt. Door het stipuleren van deze voorwaarde kan worden bereikt dat de pandgever de eigendom weer kan uitoefenen zodra hij weer bevoegd wordt de verpande vordering te innen.
Een titel van overdracht die strekt tot een dergelijke volledige overdracht ter verzekering van een verpande vordering door een voorwaardelijk eigendomsrecht dat door een op grond van art. 3:92 BW geldige overdracht is ontstaan, is geen titel die ongeldig is op grond van het in art. 3:84 lid 3 BW bepaalde.
Verdedigbaar is daarnaast dat de pandgever, als hij zijn voorwaardelijk eigendomsrecht niet aan de pandhouder heeft overgedragen, gehouden is om in voorkomend geval ten behoeve van de pandhouder tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud over te gaan.