De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.1:6.1 Inleiding
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS385550:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Er wordt niet getracht een rechtsvergelijking te maken.
McCahery & Vermeulen 2005, p. 287, Wuisman 2011, p. 148 en 205.
Hierna: LLP. Dit komt de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsland overigens niet ten goede, aldus McCahery & Vermeulen 2005, p. 282.
Vlg. ook Hol 2014, p. 591.
Zie o.a. Stokkermans 2013, Wuisman 2011, Blanco Fernández & Van Olffen 2007, McCahery & Vermeulen 2005 en McCahery & Vermeulen 2004.
Zie voor een uitgebreide bespreking van deze factoren hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zoektocht naar de optimale rechtsvorm voor de samenwerking tussen beroepsbeoefenaren is het ook interessant om een blik over de grens te werpen. In dit hoofdstuk zullen, ter oriëntatie en inspiratie,1 een aantal rechtsvormen worden beschreven die in andere landen vooral worden gebruikt door beroepsbeoefenaren en die op basis van (met name) hun wensen zijn ontwikkeld.
Achtereenvolgens zullen de specifieke mogelijkheden besproken worden die het Amerikaanse recht, het Engelse recht en het Duitse recht beroepsbeoefenaren bieden. Voor de eerste twee landen is gekozen omdat daar sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw belangrijke ontwikkelingen zijn geweest op het gebied van rechtsvormen die speciaal geschikt zijn voor beroepsuitoefening. In deze landen is, mede op grond van (aanhoudende) druk uit de beroepspraktijk, gehoor gegeven aan de wens van beroepsbeoefenaren om beperkte aansprakelijkheid, een flexibele organisatiestructuur en een gunstige fiscale behandeling in één rechtsvorm te verenigen. Daarnaast zijn de rechtsvormen uit deze landen een nadere beschouwing waard, omdat ze zowel in de landen van herkomst als buiten de betreffende landen (veelvuldig) worden gebruikt door beroepsbeoefenaren.2 Zoals in hoofdstuk 1 al aan de orde kwam, is er in Nederland (alleen al) een aantal advocatenkantoren dat hun samenwerking heeft vormgegeven middels de rechtsvorm van de limited liabilitypartnership.3
In Duitsland zijn de ontwikkelingen op het gebied van rechtsvormontwikkeling nog recenter. Ook hier is getracht om gehoor te geven aan de roep van beroepsbeoefenaren om een rechtsvorm ‘op maat’. Bovendien lijkt het Duitse rechtssysteem, als civil-lawsysteem, meer op het Nederlandse dan dat van de common-lawlanden, zodat het gemakkelijker is om de ontwikkelingen bij onze oosterburen als inspiratiebron te gebruiken.4 Over de mogelijkheden die de Amerikaanse en Engelse rechtsvormen bieden is bovendien al veel geschreven (en de meningen over de bruikbaarheid ervan zijn verdeeld).5 Deze rechtsvormen zullen daarom niet uitputtend worden beschreven en de focus zal in dit onderzoek, om het onderhavige vraagstuk daadwerkelijk vanuit een ander perspectief te bekijken, liggen op de mogelijkheden die het Duitse recht in dit kader biedt.
Om in de conclusie van dit hoofdstuk uitspraken te kunnen doen over het antwoord op de vraag in hoeverre de rechtsvormen uit de besproken landen zich daadwerkelijk lenen voor inspiratie in de zoektocht naar de optimale rechtsvorm in Nederland, zal hierna allereerst per land heel kort besproken worden hoe het ondernemingsrecht is opgebouwd. De specifiek voor beroepsuitoefening geschikte rechtsvormen uit de Verenigde Staten worden besproken in paragraaf 6.2. De rechtsvorm (die zich specifiek leent voor beroepsuitoefening) uit het VK komt aan bod in paragraaf 6.3 en de Duitse rechtsvormen specifiek geschikt voor beroepsuitoefening worden besproken in paragraaf 6.4. In deze paragrafen wordt bekeken welke van de, in dat land beschikbare, rechtsvormen aantrekkelijk zijn voor beroepsbeoefenaren en wat de ontstaansgeschiedenis van deze rechtsvormen is. De bespreking van de specifieke rechtsvormen vindt daarna plaats aan de hand van de drie in dit onderzoek centraal staande factoren (aansprakelijkheid, fiscaliteit en juridische organisatiestructuur) die de grootste rol spelen bij rechtsvormkeuze.6 In paragraaf 6.5 wordt afgesloten met een conclusie.