Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.3.8
2.3.8 Eenzijdige rechtshandelingen onder voorwaarde
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374375:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
In nr. 120 e.v. ga ik in op het in het Duitse recht op dit punt gemaakte onderscheid tussen ongerichte (nicht empfangsbedürftige) eenzijdige rechtshandelingen, die onder voorwaarde of tijdsbepaling kunnen worden verricht, en gerichte (empfangsbedürftige) eenzijdige rechtshandelingen, die onvoorwaardelijk moeten worden verricht, omdat de ontvanger niet in onzekerheid mag verkeren over de eenzijdig geschapen (of tenietgedane, of gewijzigde) rechtstoestand. Ik vind, zoals ik in nr. 120 e.v. zal toelichten, de hieraan ten grondslag liggende argumentatie niet overtuigend en meen dat het onderscheid niet in het Nederlandse recht overgenomen moet worden.
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 185 (TM).
Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 187 (VV II en MvA II). De opzegging onder voorwaarde is volgens de wetgever in beginsel ontoelaatbaar, maar uitzonderingen zijn denkbaar, zoals een opzegging onder opschortende voorwaarde waarbij de opzegtermijn pas gaat lopen vanaf de vervulling van die voorwaarde en niet al vanaf het moment van opzegging.
Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 6 BW, p. 1257 (MvA II Inv).
31. Als uitgangspunt kunnen rechtshandelingen onder tijdsbepaling of voorwaarde worden verricht, zo bepaalt art. 3:38 BW, tenzij uit de wet of uit de aard van de rechtshandeling anders voortvloeit. Mijns inziens kunnen eenzijdige rechtshandelingen niet naar hun aard slechts onvoorwaardelijk worden verricht. Per geval moet worden bezien of de rechtshandeling onder voorwaarde of tijdsbepaling kan worden verricht.1 Dat een rechtshandeling eenzijdig is, kan een argument zijn voor het standpunt dat onvoorwaardelijkheid geboden is. Het verrichten van een eenzijdige rechtshandeling beïnvloedt de rechtspositie van anderen, wier instemming of afkeuring niet heeft meegewogen bij het al dan niet tot stand komen van de rechtshandeling. Het kan belastend zijn voor die personen om te worden geconfronteerd met de onzekerheid van een voorwaardelijke rechtshandeling. Dat is bijvoorbeeld het geval bij testamentaire voogdijbenoemingen. Voor andere eenzijdige rechtshandelingen is voorwaardelijkheid minder bezwaarlijk. Dat uiterste wilsbeschikkingen onder voorwaarde kunnen worden gemaakt, is wettelijk geregeld in art. 4:138 BW. Een contract kan worden ontbonden onder de voorwaarde dat de schuldenaar binnen een bepaalde termijn niet alsnog de verschuldigde prestatie verricht.
32. Volgens de Toelichting Meijers was het “vooral bij eenzijdige rechtshandelingen als opzeggingen, verwerpingen, testamentaire voogdijbenoemingen (…) duidelijk, dat de aard der rechtshandeling onvoorwaardelijke verklaringen verlangt.”2 Het is op basis van deze zin niet duidelijk of de wetgever voor alle eenzijdige rechtshandelingen onvoorwaardelijke verklaringen verlangt, waarbij hij opzeggingen, verwerpingen en testamentaire voogdijbenoemingen als voorbeelden aanhaalt, of dat hij specifiek op de eenzijdige rechtshandelingen opzeggingen, verwerpingen en testamentaire voogdijbenoemingen doelt. Vervolgens wordt overwogen: “Echter bij sommige meerzijdige rechtshandelingen is dit eveneens het geval: bij een huwelijk b.v. verbiedt de aard der rechtshandeling, dat er voorwaarden of lasten worden gesteld.” Ook deze zin biedt geen uitsluitsel. De wetgever kan enerzijds bedoelen dat sommige eenzijdige en sommige meerzijdige rechtshandelingen naar hun aard niet voorwaardelijk kunnen worden verricht, anderzijds dat naast alle eenzijdige rechtshandelingen ook sommige meerzijdige rechtshandelingen onvoorwaardelijke verklaringen vereisen. Mijns inziens moet hier de minder strikte interpretatie gekozen worden. In latere parlementaire stukken wordt slechts gesproken over de opzegging als voorbeeld van het geval dat uit de aard van de rechtshandeling voortvloeit dat zij niet voorwaardelijk kan geschieden.3 Elders toont de wetgever voorzichtigheid ten aanzien van voorwaardelijke eenzijdige rechtshandelingen, maar wordt de mogelijkheid niet geheel uitgesloten door te stellen dat ‘in het bijzonder bij eenzijdige rechtshandelingen niet alle voorwaarden toelaatbaar’ zijn.4