Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/1.4.1:1.4.1 Informatievergaring
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/1.4.1
1.4.1 Informatievergaring
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS597336:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een wetsvoorstel en een verordening die nog niet in werking waren getreden bij de afsluiting van het manuscript, maar waarmee ik al wel rekening heb gehouden, zijn het voorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (34491) en de Algemene verordening gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679).
Ondernemingsrecht: Fons Leijten; privacyrecht: Friederike van der Jagt; commuun strafrecht: Muriël Rosing; financieel toezichtsrecht en financieel strafrecht: Danny Busch en Daan Doorenbos; arbeidsrecht: Jaap van Slooten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
19. Ik onderzoek welke grondslagen en criteria in het huidige en komende1 Nederlandse recht te vinden zijn voor het toerekenen van kennis aan rechtspersonen. Daarnaast tracht ik de theorievorming over dit onderwerp te versterken, onder meer door te onderzoeken in hoeverre de tot nu toe gehanteerde criteria toepasbaar zijn op gevalstypen die in gepubliceerde rechtspraak nog geen of weinig aandacht hebben gekregen.
Daartoe heb ik jurisprudentie geïnventariseerd die over dit onderwerp in Nederland is gepubliceerd, evenals de opvattingen hierover in de literatuur. Rechtspraak die slechts op rechtspraak.nl is gepubliceerd, heb ik gevonden door het invoeren van de zoektermen ‘wetenschap’ of ‘kennis’, gecombineerd met ‘toerekening’ of ‘toegerekend’ (het systeem neemt automatisch andere vervoegingen mee). Daarmee heb ik vermoedelijk enige jurisprudentie gemist: kennistoerekening kan ook plaatsvinden in bewoordingen als ‘het komt voor rekening van X dat medewerker A het feit niet kende’ of ‘X komt geen beroep toe op het feit dat medewerker A het niet wist’. Het is (mij) onmogelijk om gericht te zoeken naar dit type formuleringen. Het onderzoek van literatuur vond deels plaats via het invoeren van dezelfde zoektermen in kennisportalen zoals Rechtsorde.nl en (voor het Duitse recht) Beck Online, en deels via de ‘sneeuwbalmethode’ (raadplegen van door andere auteurs genoemde bronnen). Over de wijze waarop de acceptatie van schadeverzekeringen via internet verloopt (zie par. 3.2) heb ik een medewerker bij een verzekeringsmaatschappij geïnterviewd. Meer in het algemeen hebben gesprekken met collega’s en diverse juristen bijgedragen aan de ideeën die in dit boek worden uitgewerkt. In de hoofdstukken 8, 10 en 11 komen rechtsgebieden aan bod die net of ver buiten mijn expertise liggen; ik heb dankbaar gebruik gemaakt van de kritische kanttekeningen bij eerdere versies van de paragrafen in kwestie door specialisten op die gebieden.2 De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt geheel bij mij.