Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/253:253 Het belang van de pandhouder
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/253
253 Het belang van de pandhouder
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD33300:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 17 februari 1995, NJ 1996, 471 m.nt. WMK (Mulder q.q./CLBN). Zie ook hiervóór par. 9.2. Vgl. over het belang van de pandhouder om mededeling van het pandrecht te kunnen doen ook Vermunt 2006, p. 176.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De houder van een stil pandrecht op een vordering kan er om twee redenen belang bij hebben dat de pandgever hem informatie over de verpande vordering verschaft. De eerste reden is dat de pandgever zich een oordeel wil vormen over de omvang en de kwaliteit van de verpande vordering, zodat hij de zekerheid die hij aan zijn pandrecht ontleent op waarde kan schatten.
De tweede reden is dat hij de vordering wil innen. Om de stil verpande vordering te kunnen innen is mededeling van het pandrecht aan de debiteur van de vordering vereist,1 zodat de pandhouder op z’n minst naam en adres van de debiteur moet kennen om tot inning van de vordering te kunnen overgaan. Ook andere informatie over de vordering zal voor de innende pandhouder van belang kunnen zijn, zoals informatie over de opeisbaarheid van de vordering. Ontstaat een dispuut met de debiteur, bijvoorbeeld als deze zich op het verrekend zijn van de verpande vordering met een vordering op de pandgever of op een opschortingsrecht beroept, dan kan ook andere informatie voor de pandhouder die de verpande vordering wenst te innen van belang zijn.
Verkeert de pandgever in staat van faillissement dan heeft de pandhouder er belang bij zo spoedig mogelijk tot mededeling van zijn pandrecht aan de debiteur van de verpande vordering over te kunnen gaan. Zolang het pandrecht aan de debiteur niet is medegedeeld, kan deze na de faillietverklaring van de pandgever namelijk bevrijdend betalen aan de curator van de pandgever. De pandhouder behoudt in dat geval weliswaar een voorrangsrecht op het door de curator geïnde, maar moet met het nemen van verhaal wachten op uitdeling door de curator en draagt bij aan de algemene faillissementskosten.2