Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/13:13 Algemene leerstukken
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/13
13 Algemene leerstukken
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 26-05-2025
- Datum
26-05-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD12877:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:13 BW. De in art 3:246 lid 2 BW opgenomen bepaling dat degene (hetzij de pandgever hetzij de inningsbevoegde pandhouder) die bevoegd is een vordering door opzegging opeisbaar te maken, gehouden is jegens de ander (hetzij de pandhouder hetzij de pandgever) van die bevoegdheid geen nodeloos gebruik te maken, brengt dergelijke algemene regels tot uitdrukking.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door (het sluiten van een overeenkomst tot) verpanding van een vordering komen de pandgever en de pandhouder tot elkaar in een rechtsbetrekking te staan die wordt beheerst door algemene leerstukken als de regel dat de verhouding tussen partijen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid en de regel dat een bevoegdheid niet mag worden uitgeoefend met geen ander doel dan het schaden van een ander.1 Door de mededeling van het pandrecht aan de debiteur van de vordering wordt de pandhouder bevoegd de vordering te innen waardoor er een rechtsbetrekking tussen de pandhouder en de debiteur ontstaat. Ook deze rechtsbetrekking wordt beheerst door deze algemene regels.2 Aan de toepassing van dergelijke algemene regels wordt bij de beantwoording van de onderzoeksvragen geen bijzondere aandacht besteed.