Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/4:4
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/4
4
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS995354:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het onderzoek naar het retentierecht is al met al de invalshoek van de uitwinning van de teruggehouden zaak gekozen. De hoofdvraag van dit proefschrift luidt als volgt:
In hoeverre zijn het beslagrecht en het faillissementsrecht toegerust voor het verhaalsrecht van de retentor?
De focus ligt op de positie van de retentor, schuldenaar en derden bij uitwinning van de teruggehouden zaak (door hemzelf, een zekerheidsgerechtigde, een andere beslaglegger of de curator), buiten en tijdens faillissement. De hybride aard van het retentierecht, verbintenisrechtelijk met goederenrechtelijke kenmerken, roept met name in geval van uitwinning van de zaak vragen op.
Maar het bijzondere verhaalsrecht van de retentor kan niet volledig worden gevat, zonder ook de basis van het retentierecht te doorgronden. Voor het hebben van het verhaalsrecht met voorrang, is in de eerste plaats vereist dat de schuldeiser bevoegd is tot opschorting van zijn afgifteverplichting en in de tweede plaats dat dit opschortingsrecht derdenwerking heeft. Voordat men aankomt bij het onderzoeken van het bijzondere verhaalsrecht van de retentor en de effectuering daarvan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet, zijn dus al twee afslagen genomen: het retentierecht én zijn derdenwerking zijn al aanvaard. Zonder derdenwerking van de niet-afgifte, zou een verhaalsrecht met werking jegens diezelfde derde irrelevant zijn. Pas na de derde afslag, inhoudend dát het BW de retentor een bijzonder verhaalsrecht toekent, komt men toe aan de uitwerking daarvan in het procesrecht en het faillissementsrecht. De meer algemene leerstukken, die betrekking hebben op de eerste twee afslagen, komen ook aan de orde, omdat zij de basis leggen voor het eigenlijke onderwerp van uitwinning van de teruggehouden zaak. In mijn proefschrift ga ik na wat de achtergrond is van de drie stappen die de wetgever met betrekking tot het retentierecht heeft gezet en welke plaats het retentierecht heeft in het vermogensrecht. Behandeling van de algemene leerstukken in het eerste deel van mijn proefschrift voorkomt dat ik bij de kernonderwerpen, die betrekking hebben op de uitwinning van de teruggehouden zaak, in te veel detail moet treden. Het onderzoek naar de algemenere leerstukken is ingegeven door het onderzoek naar het verhaalsrecht van de retentor en vindt daarin ook zijn beperking.