Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/4.1:4.1 Inleiding
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS600759:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
89. Het gemak of de terughoudendheid waarmee kennis aan een rechtspersoon wordt toegerekend, zal moeten aansluiten bij de reden of het doel voor het toerekenen van kennis, met andere woorden: bij de ratio. In de parlementaire geschiedenis zal men echter vergeefs naar die ratio zoeken. In de literatuur zijn meerdere redenen naar voren gebracht voor het toerekenen van kennis van functionarissen aan rechtspersonen, of voor het toerekenen van kennis van een hulppersoon aan zijn opdrachtgever of werkgever in het algemeen. Er bestaat echter geen brede consensus over de rationes: geen consensus omdat de schrijvers het niet steeds met elkaar eens zijn; niet breed omdat maar weinig Nederlandse rechtsgeleerden zich over de rationes voor toerekening van kennis hebben gebogen. De Hoge Raad heeft tot op heden uitsluitend het beschermen van het gerechtvaardigd perspectief van de wederpartij uitdrukkelijk als ratio genoemd, al houdt hij de deur open voor andere rechtvaardigingen. De bescherming van gerechtvaardigd vertrouwen is echter slechts aan de orde in een deel van de gevallen waarin kennis dient te worden toegerekend. Het Duitse recht kent een levendig debat over de ratio voor de toerekening van kennis. De daar aangevoerde argumenten komen in dit hoofdstuk ook aan bod.
In de Nederlandse parlementaire geschiedenis is wel uiteengezet waarom de gedragingen (art. 6:76 BW) of fouten (art. 6:170-172 BW) van een hulppersoon voor risico komen van de schuldenaar resp. de werkgever of opdrachtgever. Die overwegingen kunnen inspiratie bieden bij het vinden van de ratio voor toerekening van kennis. Ze geven ook een kader: de toerekening van kennis zal niet mogen indruisen tegen de doelen van aansprakelijkheid voor gedragingen van hulppersonen.
90. Een rechtvaardiging voor kennistoerekening, en daarmee een onderzoek naar de ratio, is vooral noodzakelijk voor gevallen van kennisversplintering. In die gevallen moet worden verklaard waarom de rechtspersoon als wetend wordt bestempeld, terwijl vaststaat dat de functionaris die voor de rechtspersoon optrad, van niets wist. Hoedanigheidsproblematiek vraagt niet om een ratio voor het toerekenen van kennis, maar juist voor het niettoerekenen daarvan. Een voorbeeld van een situatie waarin hoedanigheidsproblematiek speelt, is die waarin de functionaris die voor de rechtspersoon optreedt geen gebruik maakt van kennis die hij wel bezit, omdat hij die heeft opgedaan in een privésituatie. In dergelijke gevallen moet worden verklaard waarom de rechtspersoon als onwetend kan worden bestempeld, terwijl vaststaat dat de functionaris die voor de rechtspersoon optrad, de relevante kennis bezat. Deze verklaringen worden niet gegeven in onderhavig hoofdstuk, maar in hoofdstuk 11, dat geheel gewijd is aan kennis dragen in een andere hoedanigheid.
Het identificeren van de rationes voor de toerekening van kennis heeft nut voor het vormen van een oordeel over kennistoerekening in een individueel geval. Een verwijzing naar de ratio is een goede manier om dat oordeel te motiveren. Juist bij toerekening van kennis is behoefte aan een goede motivering van oordelen om te voorkomen dat de verwijzing naar “hetgeen heeft te gelden in het maatschappelijk verkeer” (het Babbel-criterium) een dooddoener wordt.