Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/456:456 Uitgangspunten voor aanpassing of toepassing van de regeling van het (stil) pandrecht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/456
456 Uitgangspunten voor aanpassing of toepassing van de regeling van het (stil) pandrecht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 08-07-2025
- Datum
08-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD15985:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verdient aanbeveling om bij de evaluatie, de toepassing of de aanpassing van de wettelijke regeling van het stil pand op vorderingen de volgende uitgangspunten te hanteren.
De verpanding van vorderingen dient op ruime schaal, op eenvoudige wijze en tegen geringe kosten mogelijk te zijn.
In beginsel mag de juridische positie van een debiteur van een vordering door de vestiging van een pandrecht op die vordering of door het inningsbevoegd worden van de pandhouder niet noemenswaardig verslechteren.
Een met de inning van een verpande vordering samenhangend recht kan met uitsluiting van de stil pandhouder worden uitgeoefend door de pandgever. Een dergelijk recht kan met uitsluiting van de pandgever worden uitgeoefend door de hoogst gerangschikte openbaar pandhouder tenzij (i) de uitoefening van het recht geen beheersdaad is, (ii) de uitoefening van het recht niet uitsluitend betrekking heeft op de vordering of (iii) het een persoonlijk recht van de pandgever betreft. Bestaat daartegen geen bezwaar, dan blijft ook de pandgever bevoegd tot de uitoefening van dat recht.
De regeling van het pandrecht op vorderingen op naam moet zo goed mogelijk worden ingepast in het rechtssysteem waarbij de samenhang met de cessie van en met het beslag op vorderingen bijzondere aandacht verdient.
Dit zijn grotendeels ook de uitgangspunten van de wetgever van 1992 geweest.