Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.5.3
3.5.3 Beperken van de schade: (beroeps)aansprakelijkheidsverzekering
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS383124:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Afd. 6.6 van de Verordening op de advocatuur.
In Nederland zijn architecten door de wetgever vrijgelaten in hun beslissing zich al dan niet te verzekeren voor schade als gevolg van hun beroepsaansprakelijkheid. Bij de totstandkoming van de Wet op de Architectentitel is besloten geen wettelijke verplichting hiertoe op te nemen. Toch zijn architecten in bijna alle gevallen tot verzekering verplicht. Bijvoorbeeld op grond de standaardvoorwaarden waarmee architecten veelal contracteren met opdrachtgevers (Zie DNR 2011). Deze bevatten bepalingen op grond waarvan architecten een adequate verzekering dienen af te sluiten alvorens zij een ontwerpopdracht aangaan. Bovendien zijn de architecten die lid zijn van de BNA, op grond van de BNA-statuten eveneens verplicht zich te verzekeren voor hun beroepsaansprakelijkheid. Zie art. 6 lid 2 Statuten BNA.
Art. 11 Verordening accountantsorganisatie.
Giesen & Engelhard 2012, p. 199.
Zie over de specifieke regels per beroepsgroep Tjong Tjin Tjai 2010, p. 287.
Giesen & Engelhard 2012, p. 199.
Dufour 2016. Zie ook Stubbé 1995 en Hof Den Bosch 14 december 1994, ECLI:NL:GHSHE:1994:AC3932, NJ 1995/524.
Giesen & Engelhard 2012, p. 199.
Een vorm van het beperken van de schade voortvloeiend uit (beroeps)aansprakelijkheid is het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.
Voor advocaten,1 notarissen,2 architecten3 en accountants4 geldt dat zij op grond van hun beroepsregels verplicht zijn tot het afsluiten van een dergelijke verzekering. Medisch specialisten zijn hiertoe niet toe verplicht.5 In de praktijk zal ook (en misschien zelfs wel juist) deze beroepsgroep in de meeste gevallen over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering beschikken. Allereerst vanwege het grote risico dat artsen op beroepsaansprakelijkheid lopen (nu zij immers geen gebruik mogen maken van algemene voorwaarden en vanwege de aard van hun beroep) en daarnaast omdat zij toch vaak verplicht zijn tot het afsluiten van een verzekering ofwel omdat zij in loondienst bij een ziekenhuis werken (en via het ziekenhuis verzekerd dienen te zijn) ofwel omdat zij hiertoe bij het aangaan van een samenwerkingsverband contractueel verplicht zijn.
In de bepaling van de beroepsregels op basis waarvan de (meeste) beroepsbeoefenaren verplicht zijn tot het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering, staat ook vaak aangegeven aan welke eisen een dergelijke verzekering moet voldoen. In de meeste gevallen betreft het de volgende eisen:6
de verzekering biedt jaarlijks dekking voor ten minste tweemaal het verzekerd bedrag per aanspraak;
de verzekering bevat een bepaling omtrent het maximale verzekerd bedrag per aanspraak (bij advocaten € 500.000, bij notarissen € 25.000.000, bij accountants bij een jaaromzet tot € 500.000 ten minste € 300.000, bij een jaaromzet van € 500.000 tot € 1.000.000 ten minste € 500.000);
het eigen risico per aanspraak is zodanig vastgesteld dat de solvabiliteit van de organisatie niet in gevaar komt;
onder de dekking van de verzekering vallen alle werkzaamheden die door de organisatie worden verricht, ongeacht door wie de claim wordt ingediend;
de verzekering dekt tevens de beroepsaansprakelijkheid van het samenwerkingsverband voor de personen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn;
de verzekering dekt de kosten van benodigde juridische bijstand.
In beginsel is een dergelijke verzekering daarmee een goed middel om de schade te beperken.
Bij een lopende beroepsaansprakelijkheidsverzekering is namelijk niet relevant wie (opdrachtnemer of individuele beroepsbeoefenaar) uit welke hoofde (artikel 7:404, 6:74 of 6:162 BW) wordt aangesproken omdat de beroepsaansprakelijkheidsverzekering dekking biedt voor de vordering van de (ex-)cliënt. Er kleeft echter wel een aantal belangrijke haken en ogen aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Problemen kunnen zich bijvoorbeeld voordoen als er (i) sprake is van een fors eigen risico, (ii) de vordering de hoogte van het verzekerd bedrag overstijgt7 en (iii) de schade niet zozeer wordt geleden door cliënt als wel door de beroepsbeoefenaar zelf. Deze schade wordt namelijk niet vergoed door een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.8 Daarbij komt nog als belangrijk aandachtspunt dat slechts de claim die gedurende de looptijd van de verzekering wordt ingediend én gemeld wordt bij de verzekeraar, voor vergoeding in aanmerking komt. Het moment van het intreden van de schade is hier niet bepalend.9
Een beroepsbeoefenaar doet er daarom goed aan een reservering aan te leggen om zijn eigen risico onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering op te kunnen vangen en te beoordelen of de belangen in de zaken waarin hij werkzaam is overeenkomen met de omvang van zijn dekking onder de verzekering. Al met al kan echter geconcludeerd worden dat een dergelijke verzekering in lang niet alle gevallen bescherming biedt.