De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/12.0:12.0 Samenvatting
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/12.0
12.0 Samenvatting
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS398109:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Misbruik van vennootschappen; een actueel probleem. De vele berichten in de pers over fraude met BV’s ontgaan de Nederlandse overheid niet; in de afgelopen jaren hebben de minister en Tweede Kamerleden Groot en Recourt verschillende initiatieven genomen tot aanpassing van de huidige wetgeving ter bestrijding en voorkoming van frauduleuze constructies met BV’s. Opvallend is dat de hedendaagse fraudebestrijdingsmaatregelen – geïnitieerd door de overheid – zich grotendeels richten op faillissementsfraude. Daarnaast wordt er enige aandacht besteed aan de rol van de notaris bij de bestrijding hiervan. Dat de overheid zich hoofdzakelijk focust op het bestrijden van faillissementsfraude is niet geheel onbegrijpelijk. Uit de meest recente cijfers (2010) van het CBS volgt dat in dat jaar in faillissementen van ondernemingen in totaal bijna 4 miljard euro aan onbetaald gelaten schulden overbleef, waarvan bijna 700 miljoen voortkwam uit frauduleuze faillissementen. Alhoewel de aanpak van faillissementsfraude – gelet op de aanzienlijke geldbedragen die daarmee gepaard gaan – zeer toe te juichen is, kunnen bij deze benadering van de overheid een aantal kritische vraagtekens worden geplaatst. Leidt deze gerichte aanpak van faillissementsfraude niet juist tot een ongewenst resultaat? Hebben de maatregelen ter bestrijding van faillissementsfraude niet meer frauduleuze constructies tot gevolg waarbij fraudeurs er juist voor zorgen dat de BV’s niet failleren?
De turboliquidatie als ontbindingswijze blijkt aan fraudeurs een gelegenheid tot beperking van persoonlijke risico’s te bieden. Artikel 2:19 lid 4 BW biedt de mogelijkheid een BV te ontbinden zonder vereffeningsprocedure te volgen wanneer er ten tijde van de ontbinding geen baten meer bestaan. Direct nadat het bestuur opgaaf van ontbinding heeft gedaan bij de Kamer van Koophandel, houdt de BV op te bestaan. Aangezien geen vereffeningsprocedure hoeft te worden gevolgd, wordt de turboliquidatie gezien als een goedkope en snelle wijze van ontbinding van een BV. De vraag rijst echter of deze vooronderstelling juist is. Uit dit onderzoek is het tegenovergestelde gebleken: de turboliquidatie is helemaal niet zo eenvoudig als men het veelal doet voorkomen. Integendeel, teneinde tot een weloverwogen besluit tot het al dan niet laten turboliquideren van een BV te komen, is gedegen juridische kennis vereist.
Ondanks dat artikel 2:19 lid 4 BW veelvuldig wordt toegepast in de praktijk, concludeer ik dat bepaalde aspecten van de inhoud en de uitwerking van de bepaling niet goed doordacht zijn. De wetsgeschiedenis van de turboliquidatie verklaart de ondoordachtheid van artikel 2:19 lid 4 BW enigszins: in de parlementaire stukken wordt nauwelijks gesproken over de turboliquidatie.
Als gevolg van de misvatting dat de turboliquidatie snel en goedkoop is en de haken en ogen die aan deze ontbindingswijze zijn verbonden in combinatie met de strengere aanpak van faillissementsfraude, blijkt de turboliquidatie een uitweg te bieden aan BV-fraudeurs. Dat de turboliquidatie frauduleuze constructies met BV’s vereenvoudigt, is minstens curieus te noemen, aangezien één van de onderliggende gedachten bij het wetsvoorstel waarmede artikel 2:19 lid 4 BW in het leven werd geroepen, de bestrijding van misbruik van lege vennootschappen was.
Naar aanleiding van hetgeen hierboven uiteengezet is, rijst een aantal belangrijke vragen:
Is de turboliquidatie als ontbindingswijze wel zo eenvoudig als algemeen wordt verondersteld?
Is het huidige artikel 2:19 lid 4 BW een voldragen regeling?
Opent de huidige wettelijke regeling omtrent turboliquidatie en de uitwerking hiervan in de praktijk niet juist meer mogelijkheden voor BV-fraudeurs?
Indien het antwoord op de voorgaande onderzoeksvraag bevestigend luidt; op welke wijze kan de wettelijke regeling omtrent de turboliquidatie zodanig worden gewijzigd dat frauduleuze constructies met BV’s zoveel mogelijk worden voorkomen?
Op deze vragen wordt in het volgende hoofdstuk antwoord gegeven.