De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.4:2.4 Samenwerking
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.4
2.4 Samenwerking
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS391512:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Wuisman 2011, p. 82-83.
Rosenbrand, Dirks & Meijaard 2003, p. 20.
Zie hierover ook Nijland 2015, p. 129.
Huizink 2014, p. 7.
Mohr & Meijers 2013, p. 19.
Mohr & Meijers 2013, p. 21.
Kroeze, Timmerman & Wezeman 2013, p. 8.
Zie hierover de oratie van Wuisman. Zij gaat daarin uitgebreid in op de positie van en samenwerking tussen zzp-ers. Wuisman 2014.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om een antwoord op de onderzoeksvraag te kunnen geven, is het ten slotte van belang om het begrip ‘samenwerking’ nader toe te lichten. De hoofdgedachte achter samenwerking is in de meeste gevallen: samen sterk(er). Er is reeds onderzoek verricht naar de verschillende algemene doeleinden van samenwerken. De meeste samenwerkingsverbanden gaat men aan omwille van efficiency (kostenbesparing),1 de complementariteit van competenties en bedrijfspositionering. Onder het hoofddoel efficiency vallen dan vervolgens subdoelen als kostenspreiding en het voorkomen van overcapaciteit. Onder de noemer complementariteit van competenties (gebruikmaken van elkaars competenties) vallen subdoelen als het bevorderen van elkaars leervermogen en het delen van kennis. Bij bedrijfspositionering ten slotte kan men denken aan subdoelen zoals het kunnen meeliften op elkaars (merk)naam, een (machts)blok vormen ten opzichte van andere partijen in de markt en gezamenlijke (politieke) belangenbehartiging.2
Ook voor beroepsbeoefenaren zullen deze motieven vaak een belangrijke rol spelen bij het aangaan van een samenwerking. Zoals gezegd, wordt in dit onderzoek de rechtsvorm van de maatschap als uitgangspunt genomen omdat deze rechtsvorm van oudsher het meest geschikt is voor gezamenlijke beroepsuitoefening (en daarnaast, in ieder geval tot voor kort, ook vaak gebruikt wordt door samenwerkende beroepsbeoefenaren). Bovendien, en in het kader van hetgeen in deze paragraaf wordt besproken van belang, is een heel belangrijk onderdeel van het karakter van deze personenvennootschap dat zij gericht is op samenwerking.3
Een eerste belangrijk kenmerk van de maatschap is namelijk de zogenoemde affectio societas: de wil om als compagnon samen te werken.4 Deze samenwerking dient op basis van gelijkwaardigheid plaats te vinden en veronderstelt bovendien meestal een duurzame relatie tussen de vennoten. Dat samenwerking door de vennoten wordt beoogd, moet zowel uit de overeenkomst als uit de wijze waarop deze wordt uitgevoerd kunnen worden afgeleid. De subjectieve wil van partijen is hierbij niet beslissend.5 Het samenwerkingskarakter van de maatschap onderscheidt haar ook van de andere duurovereenkomsten, die nog wel eens sterk op een maatschapsovereenkomst kunnen lijken (denk aan een huur- of arbeidsovereenkomst); wanneer er sprake is van verwarring dient altijd te worden gekeken of er feitelijk sprake is samenwerking.6 Het andere kenmerk dat de maatschap (lees: personenvennootschap) onderscheidt van andere overeenkomsten is dat de samenwerking hoogst persoonlijk is. De vennoten kiezen elkaar omwille van elkaars kwaliteiten. De maatschap wordt dus omwille van de persoon aangegaan: intuitu personae.7 Ook deze eigenschap versterkt de gedachte van samenwerking achter de maatschap.
In dit onderzoek zal derhalve het samenwerkingskarakter van de maatschap als uitgangspunt worden genomen. Er zal dan ook geen aandacht worden besteed aan de positie van de beroepsbeoefenaar in loondienst, als zzp-er8 of als bestuurder; er wordt uitgegaan van duurzame samenwerking op basis van gelijkwaardigheid.