Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.4.5.2.7
II.4.5.2.7 Beleggingen van tijdelijk overtollige kasmiddelen en andere situaties
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS497844:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Anders: A.H. Bomer & H.W.M. van Kesteren, ‘De houdstermaatschappij: geknipt voor de BTW’, WFR 1999/264, onderdeel 3.1.
Vgl. HvJ 28 april 2004, zaak C-77/01,BNB 2004/285, r.o. 68 (concl. A-G Léger; EDM; m.nt. Van Hilten). Deze rechtsoverweging handelt naar de letterlijke tekst over het beleggen van kasoverschotten, waarbij het beleggen het verrichten van diensten tegen vergoeding behelst en die diensten een economische activiteit vormen.
Vgl. inzake de inkomstenbelasting HR 25 mei 1977, BNB 1977/251 (m.nt. G. Slot); HR 7 september 2007, V-N 2008/15.10. Zie nader daarover: M.L.M. van Kempen, in: CursusBelastingrecht IB.3.2.7.A.c. (online, laatst bijgewerkt op 1 maart 2016).
Eerder is opgemerkt dat het verkrijgen en houden van aandelen in andere concernonderdelen mogelijk een overige werkzaamheid is als het geen rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk is (zie par. 4.5.2.5). Een ander voorbeeld waarin het verkrijgen en houden van aandelen buiten de drie in de jurisprudentie genoemde gevallen een economisch karakter heeft, is mijns inziens de belegging van tijdelijk overtollige kasmiddelen. In het tijdelijke karakter van dergelijke beleggingen ligt besloten dat van een duurzaam verlengstuk van een belastbare activiteit geen sprake kan zijn.1 Desondanks kan een dergelijke belegging een functie vervullen in de onderneming en daarom in de hoedanigheid van ondernemer worden gedaan.2 Dat kan in het bijzonder aan de orde zijn als het tijdelijk niet mogelijk of wenselijk is middelen direct aan te wenden voor de gebruikelijke ondernemingsactiviteit, maar het evenmin wenselijk is dat die middelen de onderneming verlaten. Zoiets is, bijvoorbeeld, mogelijk als enige tijd is gelegen tussen een desinvestering en een herinvestering.3