Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/267:267 Openbaar pand
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/267
267 Openbaar pand
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 06-01-2026
- Datum
06-01-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD40648:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Parl. Gesch. Boek 6, p. 501. In dezelfde zin Asser/Hartkamp 4-I 2004, nr. 543 en Faber 2005, nr. 69.
Zo ook Faber 2005, nr. 70.
Aldus HR 24 december 1931, NJ 1932, p. 797 e.v. m.nt. EMM (Westerouwen van Meeteren/Curatoren Beider Belang).
Zo ook Faber 2005, nr. 70.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De mededeling van het pandrecht aan de debiteur van de vordering heeft wel gevolgen voor de bevoegdheid tot verrekening van de pandgever. Door de mededeling wordt de pandgever onbevoegd de verpande vordering te innen.1 De inningsonbevoegdheid brengt voor de pandgever de onbevoegdheid met zich mee om terzake van de verpande vordering een beroep op verrekening te doen.2 Is de pandgever ondanks dat het pandrecht openbaar is toch bevoegd de vordering te innen doordat hij daartoe toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter heeft verkregen,3 dan is hij wel bevoegd zich met betrekking tot de verpande vordering op verrekening te beroepen.4
Aannemelijk is dat de pandgever van een openbaar verpande vordering zich ook op verrekening kan beroepen als de verpande vordering een vordering op de pandhouder is en de schuld die door de verrekening (gedeeltelijk) tenietgaat een schuld aan de pandhouder is tot zekerheid waarvan het pandrecht strekt. De ratio voor deze uitzondering op de onbevoegdheid van een pandgever om zich ten aanzien van een openbaar verpande vordering op verrekening te beroepen, is dat de schuld tot zekerheid waarvan de verpande vordering strekt in dat geval wordt verlaagd met de opbrengst van de verpande vordering, zodat de opbrengst van de verpande vordering aan de pandhouder ten goede komt.5 Deze uitzondering geldt dan ook niet voor een beroep op verrekening ten aanzien van een niet door het pandrecht verzekerde schuld aan de pandhouder.6