Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.1:IV.10.1.1 Doel en onderzoeksvragen
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.1
IV.10.1.1 Doel en onderzoeksvragen
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501454:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de huidige stand van het recht betreffende de heffing van omzetbelasting bij ondernemingsfinanciering. Het tweede doel is te bezien in hoeverre het huidige recht aansluit bij de strekking van de omzetbelasting. De onderzoeksvragen en deelvragen die op basis van deze doelstellingen zijn geformuleerd, zijn de volgende:
Welke gevolgen hebben diverse wijzen van financiering voor de toepassing van de Wet OB 1968, zowel voor de verstrekker als voor de onderneming die de financiering ontvangt, en hoe luidt, in het bijzonder, het antwoord op de volgende deelvragen?:
In hoeverre is de toepassing van de Wet OB 1968 op de diverse financieringswijzen consistent?
Is de heffing van omzetbelasting op het onderzochte terrein duidelijk of, zo niet, op welke punten bestaat onzekerheid?
Bestaan op het onderzochte terrein inbreuken op het Unierecht en, zo ja, welke?
Wat is, kortom, de kwaliteit van het huidige recht op het onderzochte terrein op punten als rechtmatigheid, verwerkelijking van rechtsbeginselen (naast het rechtsgelijkheidsbeginsel vooral het rechtszekerheidsbeginsel), en eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid?
Hoe verhoudt het huidige recht, zoals in kaart gebracht bij de beantwoording van de eerste onderzoeksvraag, zich tot de strekking van de omzetbelasting? Dit omvat de volgende deelvragen:
Wat is de strekking van de omzetbelasting (wie en wat zijn beoogd te worden belast)?
Zijn eventuele afwijkingen in het huidige recht te rechtvaardigen?
Voor de beantwoording van beide onderzoeksvragen is onderzoek gedaan naar de relevante wetgeving (met name de Wet OB 1968 en de Btw-richtlijn), de totstandkomingsgeschiedenis daarvan, de jurisprudentie en de literatuur. Vervolgens is voor het onderzoek in het kader van de eerste vraag onderscheid gemaakt tussen vier wijzen van financiering. Het betreft (i) het verschaffen van eigen vermogen, (ii) het verschaffen van vreemd vermogen via obligaties en andere verhandelbare schuldinstrumenten, (iii) verlening van krediet en (iv) factoring en andere overnames van schuldvorderingen. Ten slotte is getracht enige oplossingen voor geconstateerde knelpunten te formuleren.