Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/8.2:8.2 De rol van het Hof van Justitie
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/8.2
8.2 De rol van het Hof van Justitie
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419410:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doordat de Btw-richtlijn nauwelijks aanknopingspunten biedt voor de rechtsgevolgen van fusies en overnames, wordt een belangrijk deel van het positieve recht rondom mijn onderzoeksonderwerp gevonden in de rechtspraak van het Hof van Justitie.
Uit de aard van de prejudiciële procedure en de wijze waarop het Hof van Justitie prejudiciële vragen beantwoordt volgt dat het Hof van Justitie stap-voor-stap bouwt aan de juridische redeneringen en principes die de fundamenten vormen van de reikwijdte van rechtsnormen in het btw-recht. Dit heeft tot gevolg dat rechtspraak van het Hof van Justitie in btw-zaken steeds in een bredere context moet worden beschouwd. Iedere stap vormt een bijdrage aan het door feitelijke voorvallen beheerste leven van een rechtsnorm. De collegiale samenwerking van het Hof van Justitie met de nationale rechters speelt hierin een essentiële rol.
In dit licht is begrip en waardering op te brengen voor het perpetuele bouwen aan het Unierecht door het Hof van Justitie. Kritiek op uitspraken van het Hof van Justitie is evenwel mogelijk. Niet altijd wordt voldoende feitelijk en juridisch onderscheid gemaakt wanneer een precedent wordt ingeroepen ter beantwoording van een prejudiciële vraag. Dit leidt potentieel tot (materiële) rechtsonzekerheid. Daarnaast is niet steeds duidelijk waar sprake is van doorslaggevende principes en waar slechts feitelijke handreikingen worden gedaan door het Hof van Justitie, aan een nationale rechter in nood. Dit leidt in voorkomend geval tot het idee dat de juridische redenering slordig of onzorgvuldig is geformuleerd. Dergelijke onduidelijkheid kan veelal slechts worden opgelost door nieuwe vragen te stellen.
In algemene zin valt op dat de stap-voor-stapjurisprudentie in voorkomend geval tot gevolg heeft dat de reikwijdte van rechtsnormen vergaand kan worden opgerekt indien een in eerdere zaken ingezette principiële lijn zulks vereist. Dat draagt het risico in zich dat de inhoud van een btw-norm verwijderd raakt van de formele uitgangspunten ervan en in botsing kan komen met andere uitgangspunten van het btw-recht. In die situaties wordt door het Hof van Justitie te weinig onderscheid gemaakt tussen feitelijk of juridische afwijkende situaties. Dit kan de rechtszekerheid schaden.
In dit verband ben ik ingegaan op de vraag of het Hof van Justitie een separate kamer voor fiscale zaken zou moeten formeren. Naar mijn idee is dit onnodig omdat dit vermoedelijk ten koste zou gaan van de prudente, principiële rechtspraak van het Hof van Justitie in btw-zaken. Om evenwel het onbegrip over arresten van het Hof van Justitie in btw-zaken zoveel mogelijk te voorkomen is het naar mijn idee nodig dat in de ondersteuning van de leden van het Hof van Justitie (bijvoorbeeld in het aanstellen van de referendarissen), meer fiscale en btw-kennis wordt opgenomen dan thans het geval is.