De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/7.3.3:7.3.3 Duidelijke omschrijving van legataris/erfgenaam
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/7.3.3
7.3.3 Duidelijke omschrijving van legataris/erfgenaam
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS389480:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. ’s-Gravenhage 5 april 1982, ECLI:NL:RBSGR:1982:AB9081, NJ 1983/174.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een VOF, die niet zelfstandig rechthebbende van vermogensrechten kan zijn, kan als zodanig niet erven, maar mijns inziens moet een benoeming van een VOF tot erfgenaam wel als rechtsgeldig worden aangemerkt. Een dergelijke benoeming zal dan geïnterpreteerd moeten worden als benoeming van ‘de gezamenlijke vennoten’. De erflater moet zijn bedoeling duidelijk kenbaar maken. Zo kan de benoeming van ‘de vennoten van VOF X’ zonder nadere wilsbepaling tot ongewenst resultaat of problemen leiden als de onderneming van de VOF inmiddels is voortgezet door een BV of als inmiddels ook anderen dan de oorspronkelijk beoogde personen vennoot zijn geworden. Ter vergelijking: de Rechtbank ’s-Gravenhage moest in 1983 beslissen over de benoeming tot erfgenaam van een bij overlijden van de erflater niet meer bestaande vereniging, het ‘Nederlands Genootschap tot Reclassering’ (NGR).1 Het NGR was na het verlijden van het testament, maar vóór het overlijden van erflater ontbonden en de activiteiten waren voortgezet door de ‘Algemene Reclasseringsvereniging’ (ARV). Volgens de rechtbank waren de bewoordingen in het testament duidelijk, maar was er geen duidelijke zin aan de benoeming van een ontbonden instelling. De rechtbank meende nu dat, ondanks het feit dat de erflater zijn testament niet had aangepast na ontbinding van de NGR, uit de overige benoemingen in het testament bleek dat het de kennelijke bedoeling van de erflater was om neutrale instellingen van maatschappelijke aard te benoemen tot erfgenaam. Aangenomen werd daarom dat de erflater wilde dat ook de opvolger van het NGR, de ARV, erfgenaam zou worden. Zonder de overige benoemingen was het veel lastiger geweest om de wil van erflater te bepalen.
De vader in genoemd voorbeeld kan zijn wil nader expliciteren door bijvoorbeeld te benoemen tot erfgenamen de vennoten van VOF X met KvKnummer 12345, onder de last om de desbetreffende vermogensbestanddelen in te brengen in het afgescheiden vermogen dat is gevormd ten behoeve van de VOF, en daarbij te bepalen dat onder ‘vennoten’ slechts zijn zoons vallen. Ook doet hij er verstandig aan om aan te geven wat de bedoeling is als de onderneming wordt voortgezet door een ander dan de VOF.