Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.4.12
2.4.12 Aanvaarding of verwerping van een aanbod
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374377:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp 6-III 2014/101; Asser/Hijma 7-I* 2013/162 en 180; Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 875-876 (TM); Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:217 BW, aant. 3.131.2, Y.G. Blei Weissmann.
Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:221 BW, aant. 2.15, Y.G. Blei-Weissmann.
Art. 6:221 lid 2 BW. Deze bepaling is van regelend recht, zie Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:221 BW, aant. 2.25, Y.G. Blei-Weissmann.
Asser/Hijma 7-I* 2013/175 en 180; Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:221 BW, aant. 2.17, Y.G. Blei-Weissmann.
Asser/Hijma 7-I* 2013/180; Asser/Hartkamp 6-III 2014/167. Zie bijv. Hof Amsterdam 17 november 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4826.
Drion, ‘Precontractuele verhoudingen naar Nederlands recht’, Geschriften, p. 247.
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 880 (MvA II); Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/178; Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:225 BW, aant. 1.68.3, Y.G. Blei-Weissmann.
Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:221 BW, aant. 2.16.1, Y.G. Blei-Weissmann.
Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:225 BW, aant. 1.11.2, Y.G. Blei-Weissmann.
73. Aanvaarding van een aanbod is een eenzijdige rechtshandeling,1 evenals het verwerpen van een aanbod.2 De geadresseerde van het aanbod oefent zijn wilsrecht uit om de overeenkomst al dan niet tot stand te brengen. Door aanvaarding treedt het rechtsgevolg in dat de overeenkomst tot stand komt. Het rechtsgevolg van verwerping is in beginsel het verval van het aanbod.3
Aanvaarding en verwerping zijn vormvrij.4 Zij kunnen afgeleid worden uit gedragingen5 of uit een stilzwijgen, mits stilzitten of zwijgen op grond van een onderlinge afspraak, erkend handelsgebruik of tussen partijen ontstane gewoonte geldt als een blijk van instemming.6 De aanvaarding heeft als zelfstandige rechtshandeling beperkte betekenis, nu met de wilsverklaring onmiddellijk de overeenkomst tot stand komt. Zo speelt het vraagstuk van herroepelijkheid bij de aanvaarding geen rol.7 De aanvaarding werkt zelf ook niet verbintenisscheppend, dat is de tot stand gebrachte overeenkomst.
Drion schetst het geval dat de geadresseerde een aanbod aanvaardt, terwijl hij weet dat de aanbieder gedwaald heeft. De aanvaarding kan volgens Drion in strijd zijn met de goede trouw, hoewel de oplossing meestal gezocht kan worden langs de weg van dwaling.8
In literatuur en rechtspraak blijft de vraag onbeantwoord, of het verwerpen van een aanbod kan worden vernietigd op grond van dwaling.
Een aanbod kan voorwaardelijk worden aanvaard.9 De voorwaardelijke aanvaarding van een onvoorwaardelijk aanbod is echter een afwijkende aanvaarding en geldt daarmee als een verwerping van het oorspronkelijke aanbod en het doen van een tegenaanbod.
Blei-Weissmann schrijft dat om te bepalen of een wilsverklaring een verwerping inhoudt, de verklaring moet worden uitgelegd aan de hand van de bedoelingen van de geadresseerde van het aanbod en het bij de aanbieder opgewekte gerechtvaardigde vertrouwen in verband met gebruik of gewoonte, de eisen van redelijkheid en billijkheid, de opvattingen in het maatschappelijk verkeer en de omstandigheden van het geval.10 Bij de vraag of een van het aanbod afwijkende wilsverklaring moet worden beschouwd als een verwerping en tegenaanbod, moet volgens Blei- Weissmann niet te snel worden geconcludeerd dat de wilsverklaring verwerping inhoudt, als partijen uitgebreide onderhandelingen hebben gevoerd.11