Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/5.2
5.2 Het aanbod als eenzijdige rechtshandeling
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS377971:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 876 (TM).
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/101.
Een uitnodiging tot onderhandelen of tot het doen van een aanbod heeft geen bindende kracht, Groene Serie Verbintenissenrecht, Art. 6:217 BW, aant. 3.78.1, Y.G. Blei Weissmann; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/170.
Schmidt 2013, p. 130; Flume 1992, p. 635; Münchener Kommentar zum BGB, §145, nr. II-1 (Kramer). Wennberg meent dat het aanbod, zoals in het Nederlandse recht, beschouwd moet worden als een eenzijdige rechtshandeling, waarop de regels van het overeenkomstenrecht deels van toepassing zijn, Wennberg 1966, p. 72.
Cauffman 2005, p. 288; Van Gerven en Covemaeker 2006, p. 263.
J.-L. Aubert, Encyclopédie Dalloz 1952, p. 494 (Engagement par volonté unilatérale); Terré, Simler en Lequette 2009, nr. 119. Aubert verdedigt dat een aanbod onder bepaalde omstandigheden wel een rechtshandeling kan zijn, zie Aubert 1970, p. 123.
Cauffman 2005, p. 289.
224. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en de aanvaarding daarvan, zo bepaalt art. 6:217 BW. Het BW geeft geen definitie van het aanbod, maar andere regelgeving wel. Art. 14 van het Weens Koopverdrag (WKV) bepaalt dat “een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst, gericht tot één of meer bepaalde personen (…) een aanbod [vormt], indien het voldoende bepaald is en daaruit blijkt van de wil van de aanbieder om in geval van aanvaarding gebonden te zijn.” Deze definitie is grotendeels ook bruikbaar voor het Nederlandse recht, zowel voor koop- als voor andere contracten.
Het aanbod is een rechtshandeling, indien de aanbieder zich beoogt te binden en dit voldoende duidelijk blijkt uit zijn wilsverklaring. Het beoogde rechtsgevolg is het scheppen van een wilsrecht voor de geadresseerde om de overeenkomst met de voorgestelde inhoud tot stand te brengen.1 De enkele wilsuiting van de aanbieder, althans de ontvangst daarvan door de geadresseerde, doet het rechtsgevolg ontstaan. Een actieve handeling van de geadresseerde is niet vereist. Dat maakt het aanbod een eenzijdige rechtshandeling.2 Indien uit de wilsuiting niet de wil blijkt van de verklarende om zich te binden, is geen sprake van een aanbod, maar hooguit van een uitnodiging tot onderhandelen.3
225. De kwalificatie van het aanbod als eenzijdige rechtshandeling is in de ons omringende stelsels niet onbetwist. Het karakter van het aanbod als voorportaal van het contract kan leiden tot de visie dat het geen zelfstandige rechtshandeling is. Zo is de meerderheidsopvatting in Duitsland dat het aanbod een eenzijdige wilsverklaring is, maar geen eenzijdige rechtshandeling.4 Naar Belgisch recht wordt het aanbod gezien als een eenzijdige rechtshandeling.5 De meerderheid van de Franse doctrine ziet het aanbod niet als een eenzijdige rechtshandeling, maar slechts als een rechtsfeit.6 Met Cauffman meen ik echter dat het aanbod onder de Franse definitie, die overeenstemt met de in Nederland gehanteerde definitie, van de eenzijdige rechtshandeling kan worden gebracht en dat het aanbod dus ook naar Frans recht een eenzijdige rechtshandeling is.7 Zoals in hoofdstuk 4 aan de orde kwam, redeneert de Engelse rechtsleer vanuit acties en niet vanuit een systeem van rechtshandelingen. Aan de vraag of het aanbod een rechtshandeling is, wordt naar Engels recht dan ook geen aandacht besteed.