Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/455:455 Stil pand naast zekerheidsoverdracht
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/455
455 Stil pand naast zekerheidsoverdracht
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD15984:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 januari 1992 werd een nieuwe wettelijke regeling van het pandrecht op vorderingen en roerende zaken ingevoerd. Het werd mogelijk om stille pandrechten te vestigen. De tot dan toe bestaande praktijk van fiduciaire eigendomsoverdracht tot zekerheid werd in de ban gedaan doordat de voor een geldige overdracht vereiste titel niet langer geldig zou zijn als deze strekte tot zekerheidsoverdracht of de strekking miste het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen.
De figuur van het (stil) pandrecht voldoet in die gevallen waarin een recht op een vordering uitsluitend een zekerheidsfunctie vervult en van een internationale dimensie geen sprake is. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als een Nederlandse bank krediet verstrekt aan een in Nederland gevestigde kredietnemer.
Er zijn echter ook financiële transacties waarbij de ene partij (de zekerheidsgever) beoogt om aan de andere partij (de financier) niet alleen een recht op een vordering te verschaffen dat een zekerheidsfunctie vervult, maar aan die partij meer mogelijkheden wil verlenen om over de vordering te kunnen beschikken dan hij nodig heeft om in voorkomend geval verhaal op het onderpand te nemen. De financier kan daardoor de vorderingen ‘hergebruiken’, liquide maken, door deze te verkopen en over te dragen of daarop een zekerheidsrecht te vestigen. Aan overdracht met uitsluitend een zekerheidsoogmerk kan behoefte bestaan als sprake is van een internationale context.
In deze behoeften wordt ten aanzien van giraal geld en effecten sinds kort voorzien door de regeling van de financiëlezekerheidsovereenkomsten. Er is geen reden om in die behoeften niet te voorzien ten aanzien van andere vorderingen, zoals handelsvorderingen die zich lenen voor factoring. Het middel bij uitstek om een financier in staat te stellen om over vorderingen te kunnen beschikken is een overdracht en niet een pandrecht. Internationaal gezien loopt Nederland met het ‘fiduciaverbod’ van art. 3:84 lid 3 BW uit de pas. Het verdient aanbeveling om deze bepaling te schrappen.