Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.4.4
2.4.4 Herroeping
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS379219:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Voetnoten
Voetnoten
Voor herroeping van een aanwijzing van een derdebegunstigde van een schadeverzekering is medewerking van de verzekeraar of de derde nodig, art. 7:947 BW.
In een verhouding met drie partijen ligt dat anders. Een derdenbeding kan door de stipulator worden herroepen door een wilsverklaring aan de promissor of aan de derde, Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/579. Voor herroeping van ee volmacht is vereist dat de herroepingsverklaring de gevolmachtigde heeft bereikt, Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/54; Van Schaick 2011, nr. 60. Een verklaring aan de wederpartij leidt tot onbevoegdheid van de gevolmachtigde.
Zie bijv. voor de herroeping van een volmacht Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:72, aant. 5.c, P.J. van der Korst.
Mijns inziens is wat wordt aangeduid als herroeping van een uiterste wisbeschikking echter intrekking, omdat het ziet op een rechtshandeling die nog geen werking gekregen heeft. Hier ga ik nader op in in par. 7.3.3.
Daarnaast kan een gedeponeerde onderhandse uiterste wil worden herroepen door teruggave van de notaris te vorderen; een niet gedeponeerde onderhandse uiterste wil door (feitelijke) vernietiging. Zie art. 4:113 en 4:114 BW, Asser/Perrick 4 2013/ 434-435.
HR 19 december 1969, NJ 1970/154 (Lindeboom/Amsterdam); Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/68.
Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/68, 73, 74.
Groene Serie Bijzondere overeenkomsten, art. 7:177BW, aant. 6, M.R. Kremer; Asser/ Hartkamp & Sieburgh 6-I 2012/183. Hoewel deze ontbindende voorwaarde van herroeping potestatief is, wordt zij als geldig aangemerkt, Asser/Perrick 4 2013/284;
Groene Serie Verbintenissenrecht, Art. 6:219 BW, aant. 22, Y.G. Blei Weissman.
HR 17 december 1997, BNB 1998/125.
Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/54.
Asser/Hijma 7-I* 2013/169; Van Erp 1990, p. 35; Schut 1987 p. 77-78; Drion, ‘Precontractuele verhoudingen naar Nederlands recht’, Geschriften, p. 247.
Parl. Gesch. Boek 3, p. 294 (MvA II); Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/ 72.
47. Op een aantal plaatsen in het BW wordt gesproken van herroeping.1 Het begrip wordt niet gedefinieerd. Onder herroeping versta ik het terugkomen op een rechtshandeling, waarmee wordt beoogd vanaf dat moment de rechtsgevolgen te ontnemen aan de oorspronkelijke handeling. Herroeping is vaak een eenzijdige rechtshandeling.2 Het rechtsgevolg treedt in door de enkele wilsuiting van de herroepende. De herroepingsverklaring moet geadresseerd zijn aan degene tot wie de oorspronkelijke rechtshandeling was gericht.3 Herroeping is in de regel vormvrij.4 Een uitzondering is de herroeping van een uiterste wilsbeschikking.5 De herroeping is zelf ook een uiterste wilsbeschikking, en moet ingevolge art. 4:111 BW voldoen aan dezelfde vormvereisten als waaraan de oorspronkelijke beschikking was onderworpen.6
De mogelijkheid tot herroeping is vaak van regelend recht. Partijen kunnen de herroepelijkheid van bijvoorbeeld een aanbod of van een derdenbeding beperken of juist uitbreiden, bijvoorbeeld tot na aanvaarding.7 Herroeping van een onherroepelijk aanbod of van een onherroepelijke volmacht heeft geen rechtsgevolg.8 Het is niet mogelijk een onherroepelijke uiterste wilsbeschikking te maken. Een volmacht mag alleen onherroepelijk zijn voor zover de volmacht strekt tot het verrichten van een rechtshandeling in het belang van de gevolmachtigde of van een derde, zo volgt uit art. 3:74 lid 1 BW. Deze bepaling is van dwingend recht. Als een onherroepelijkheidsbeding wordt opgenomen terwijl niet voldaan is aan de eis van art. 3:74 BW, is het beding nietig. De volmacht blijft in beginsel voortbestaan als geldige, herroepelijke volmacht.9
De herroeping van een schenking ter zake des doods ex art. 7:177 lid 2 BW kan goederenrechtelijk gevolg hebben. De eigendom van het geschonkene gaat ex nunc terug over naar de schenker. De verbintenis tot levering ter uitvoering van de schenkingsovereenkomst is voorwaardelijk, waardoor op grond van art. 3:84 lid 4 BW het geschonkene wordt overgedragen onder ontbindende voorwaarde van herroeping.10 Partijen kunnen de goederenrechtelijke werking van herroeping uitsluiten, in welk geval na herroeping krachtens art. 6:24 BW een verbintenis ontstaat tot teruglevering van het geschonkene.
60. Of een verklaring een herroeping inhoudt, moet worden bepaald door uitleg, met art. 3:33 en 3:35 BW als toets.11 Uit een arrest van de Hoge Raad lijkt te volgen dat een verklaring ‘onmiskenbaar’ een herroeping moet bevatten.12 Kortmann schrijft over de herroeping van een volmacht dat de herroepingsverklaring voldoende duidelijk moet zijn, opdat de gevolmachtigde begrijpt of in redelijkheid moet kunnen begrijpen dat de volmachtgever de volmacht wilde beëindigen.13
Het herroepen van een aanbod kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.14 Volgens de parlementaire geschiedenis kan de onherroepelijkheid van een volmacht bij ‘gewichtige redenen’ buiten werking gesteld worden.15 Een gewichtige reden is bijvoorbeeld het intreden van onvoorziene omstandigheden waardoor degene in wiens belang de onherroepelijkheid was opgenomen, naar redelijkheid en billijkheid handhaving niet mag verwachten, of het geval dat de gevolmachtigde gebruik maakt van de volmacht op een wijze die jegens de volmachtgever onredelijk is.
Niet uitgekristalliseerd is, of een herroeping vernietigd kan worden vanwege dwaling, of een herroeping onder voorwaarde kan worden verricht en of een eenmaal uitgebrachte herroepingsverklaring zelf ook kan worden herroepen.