Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.8.5:11.8.5 De homologatieprocedure
Het pre-insolventieakkoord 2016/11.8.5
11.8.5 De homologatieprocedure
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de totstandkoming van een akkoord dat alle klassen hebben aanvaard, zou een homologatieprocedure niet in alle gevallen nodig moeten zijn. In zulke gevallen zou een homologatiezitting slechts plaats hoeven te vinden indien een belanghebbende binnen een korte termijn van bijvoorbeeld één of twee weken na de stemming daarom verzoekt. Blijft een verzoek binnen die termijn uit, dan zou het akkoord van rechtswege verbindend moeten worden zonder een homologatieprocedure.
Voor de totstandkoming van een akkoord dat een of méér klassen hebben verworpen, zou een homologatieprocedure altijd nodig moeten zijn. Tegen een homologatiebeslissing zou geen hoger beroep open moeten staan.
Om eventuele gebreken en klachten zo vroeg mogelijk aan het licht te brengen, zou de regeling crediteuren moeten verplichten klachten aan de aanbieder van het akkoord kenbaar te maken zodra zij daartoe in staat zijn, op straffe van verval van het recht om in een later stadium alsnog op de klacht een beroep te doen. Dit moet bevorderen dat de aanbieder in een zo vroeg mogelijk stadium van bestaande klachten op de hoogte raakt zodat hij deze waar mogelijk nog kan adresseren. Hij wordt dan niet pas achteraf, bij homologatie, door de geopperde bezwaren verrast op een moment waarop hij er niets wezenlijks meer aan kan doen, althans niet zonder de stemming opnieuw te doorlopen.