Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/353:353 Afstand door de pandhouder?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/353
353 Afstand door de pandhouder?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 13-04-2026
- Datum
13-04-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD100273:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zou de pandhouder afstand om niet kunnen doen, dan zou dat in strijd zijn met het uitgangspunt dat de uitoefening van een recht door de pandhouder het doel van het pandrecht moet dienen, het nemen van verhaal met voorrang op de verpande vordering. Het is dan ook onwenselijk dat de pandhouder tot het doen van afstand om niet bevoegd zou zijn.
Voor een afstand om baat zou dit anders kunnen zijn. Denkbaar is dat de vordering die door de afstand tenietgaat, wordt vervangen door een andere vordering van de pandgever op de schuldenaar waarop een pandrecht van de pandhouder rust krachtens substitutie. Dit is het geval indien de nieuwe vordering is te beschouwen als een vordering tot vergoeding die in de plaats van de verpande vordering treedt. Gedacht kan worden aan een vordering tot levering van een goed die wordt gewijzigd in een vordering tot betaling van een geldsom. In dat geval zou uitoefening door de pandhouder van de bevoegdheid om van de vordering afstand om baat te doen wel in overeenstemming kunnen zijn met het uitgangspunt dat het doel van het pandrecht erdoor gediend wordt.
Het aan de pandhouder toekennen van het recht om afstand om baat te doen zou echter niet in overeenstemming zijn met het uitgangspunt dat de uitoefening ervan uitsluitend gevolgen mag hebben voor de verpande vordering en de rechten en plichten van de pandgever overigens niet mag raken. Zou de vordering waarvan door de pandhouder afstand is gedaan, worden vervangen door een andere vordering van de pandgever op de debiteur, dan zou de pandgever een recht opgedrongen krijgen, hetgeen niet wenselijk is.
Daar komt nog bij dat het doen van afstand van een vordering niet als een beheersdaad valt aan te merken. Door afstand van een vordering te doen wordt daarover beschikt.