De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.1:3.1 Inleiding
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS375574:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Jansen 2014.
§311 BGB.
HR 30 januari 1959, NJ 1959/548 (Quint/Te Poel).
Evenmin als het Nederlandse BW kent het BGB een integrale regeling voor einseitige Rechtsgeschäfte. Zij worden geregeld door enerzijds de bepalingen uit het algemene eerste deel van het BGB dat van toepassing is op alle wilsverklaringen, anderzijds door specifieke bepalingen per rechtsfiguur.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
99. Zowel het Nederlandse als het Duitse rechtssysteem behoort tot de continentaal- Europese rechtsfamilie. Was het Nederlands Burgerlijk Wetboek van 1838 nog in sterke mate geënt op de Franse Code civil, tijdens de lange totstandkomingsgeschiedenis van het Burgerlijk Wetboek van 1992 werd voornamelijk uit het Duitse recht inspiratie geput.1 Het Duitse recht staat bovendien bekend om zijn uitgebreide rechtsliteratuur. Dit is aanleiding om in dit hoofdstuk de positie van de eenzijdige rechtshandeling in het Duitse privaatrecht te onderzoeken, welke regels van toepassing zijn op eenzijdige rechtshandelingen en onder welke voorwaarden de eenzijdige rechtshandeling naar Duits recht een bron van verbintenissen kan zijn.
Een op het eerste gezicht belangrijk verschil met het Nederlandse recht is dat het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) expliciet bepaalt dat voor het scheppen van verbintenissen in beginsel een overeenkomst vereist is.2 Naar Nederlands recht is het in art. 6:1 BW gecodificeerde uitgangspunt dat verbintenissen kunnen ontstaan, als dit uit de wet voortvloeit.3 Het Nederlandse stelsel van verbintenissen is dus principieel open, zij het geclausuleerd. §311 BGB is restrictiever, nu eruit volgt dat eenzijdige rechtshandelingen alleen verbintenissen kunnen scheppen als de wet dat bepaalt. In het hiernavolgende blijkt echter dat ook het Duitse recht eenzijdige rechtshandelingen kent, waarvan het verbintenisscheppende karakter niet expliciet in de wet is neergelegd, maar daar wel uit voortvloeit. De uitwerking van de norm van §311 BGB stemt dus overeen met de Nederlandsrechtelijke norm van art. 6:1 BW. Waar het Duitse recht inspiratie kan bieden voor het Nederlandse recht, is in de systematische benadering van het einseitiges Rechtsgeschäft. Het Duitse recht maakt onderscheid tussen het eenzijdig uitoefenen van Gestaltungsrechte (wilsrechten) enerzijds en sonstige (overige) einseitige Rechtsgeschäfte anderzijds, en dit werkt door in hoe rechtsfiguren in deze categorieën worden geregeld.
100. De conclusies in dit hoofdstuk zijn deels gebaseerd op een inventarisatie van de verschillende voorbeelden van einseitige Rechtsgeschäfte in het Duitse recht. Hieruit blijkt de sterke gelijkenis tussen Duits en Nederlands recht. De meeste Nederlandsrechtelijke eenzijdige rechtshandelingen kunnen naar Duits recht als einseitige Rechtsgeschäfte gekwalificeerd worden. Ten behoeve van de leesbaarheid van het hoofdstuk is het overzicht van eenzijdige rechtshandelingen in het Duitse privaatrecht opgenomen in par. 3.4. Par. 3.2 bevat de analyse van het Duitse stelsel van verbintenissen en de beantwoording van de hoofdvraag. In par. 3.3 bespreek ik welke algemene regels van toepassing zijn op de eenzijdige rechtshandeling,4 en wat die regels te bieden hebben voor het Nederlandse recht.