GS Personen- en familierecht, art. 1:262 BW, aant. 8:8 De taak van de gecertificeerde instelling bij de tenuitvoerlegging van omgangsregelingen
GS Personen- en familierecht, art. 1:262 BW, aant. 8
8 De taak van de gecertificeerde instelling bij de tenuitvoerlegging van omgangsregelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Documentgegevens:
mr. dr. K.A.M. van der Zon, actueel t/m 11-03-2025
Actueel t/m
11-03-2025
Tijdvak
01-01-2015 tot: -
Auteur
mr. dr. K.A.M. van der Zon
Vindplaats
GS Personen- en familierecht, art. 1:262 BW, aant. 8
In de rechtspraak wordt regelmatig aan de gecertificeerde instelling een taak toebedeeld in verband met de tenuitvoerlegging van een omgangsregeling tussen een ouder en het onder toezicht gestelde kind. Zie aant. 7.9 bij art. 1:255 BW. Dit kan met enige goede wil worden gezien als het voldoen aan de taak van de gecertificeerde instelling zoals omschreven in het eerste lid: hulp en steun verlenen aan de minderjarige en zijn met gezag belaste ouder teneinde de bedreiging genoemd in het eerste lid af te wenden. Een niet goed verlopende omgangsregeling kan zo’n bedreiging opleveren en zelfs grond zijn voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
GS Personen- en familierecht, art. 1:262 BW, aant. 8
8 De taak van de gecertificeerde instelling bij de tenuitvoerlegging van omgangsregelingen
mr. dr. K.A.M. van der Zon, actueel t/m 11-03-2025
11-03-2025
01-01-2015 tot: -
mr. dr. K.A.M. van der Zon
GS Personen- en familierecht, art. 1:262 BW, aant. 8
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
uithuisplaatsing
Burgerlijk Wetboek Boek 1 artikel 262
In de rechtspraak wordt regelmatig aan de gecertificeerde instelling een taak toebedeeld in verband met de tenuitvoerlegging van een omgangsregeling tussen een ouder en het onder toezicht gestelde kind. Zie aant. 7.9 bij art. 1:255 BW. Dit kan met enige goede wil worden gezien als het voldoen aan de taak van de gecertificeerde instelling zoals omschreven in het eerste lid: hulp en steun verlenen aan de minderjarige en zijn met gezag belaste ouder teneinde de bedreiging genoemd in het eerste lid af te wenden. Een niet goed verlopende omgangsregeling kan zo’n bedreiging opleveren en zelfs grond zijn voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.