De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/I.1.2.1:I.1.2.1 Probleemstelling
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/I.1.2.1
I.1.2.1 Probleemstelling
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380152:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uiteengezet is dat het leerstuk van de intrekking een gecompliceerd leerstuk is. Of een beschikking in een concreet geval kan worden ingetrokken en zo ja, onder welke voorwaarden deze intrekking mag plaatsvinden, is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Om te beginnen dient een grondslag voor intrekking aanwezig te zijn. Zoals eerder aangegeven, kan het ongeschreven recht hierbij een rol spelen. Voorts bestaat steeds een spanning tussen enerzijds de belangen van de geadresseerde van de beschikking en anderzijds het belang dat met de intrekking wordt gediend. Ook is onder omstandigheden nog sprake van belangen van derden. Hoe in een concreet geval aan deze spanning tegemoet wordt gekomen is afhankelijk van velerlei factoren. Zo is van belang op welke grond de beschikking wordt ingetrokken. Wanneer de aanleiding voor intrekking is gelegen in het handelen van de geadresseerde, ligt de situatie wellicht eenvoudiger dan wanneer een beschikking wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan wegens nieuwe beleidsregelgeving hiertoe besluit. Ook het soort beschikking is van belang. Intrekking van een aan de geadresseerde gegeven begunstigende beschikking zal doorgaans een grotere impact hebben dan wanneer de ingetrokken beschikking een belastend karakter heeft. Wat betreft de normering van de intrekking is bijvoorbeeld de vraag van belang of de intrekking al dan niet met terugwerkende kracht plaatsvindt. Gelet op het materiële rechtszekerheidsbeginsel is een dergelijke intrekking maar beperkt mogelijk. Wanneer bovendien sprake is van een intrekking met een bestraffend karakter, worden aan de uitoefening van de intrekkingsbevoegdheid eveneens strengere eisen gesteld.