Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.3.1:I.2.3.1 Overzicht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/I.2.3.1
I.2.3.1 Overzicht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS496501:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1967/68, 9 324/9 410, nr. 6, p. 6. Zie ook L.F. Ploeger, ‘Het verbruik in de omzetbelasting (I)’, WFR 1972/969.
Algemeen rapport van de subgroepen A, B en C ingesteld ter bestudering van de verschillende mogelijkheden tot harmonisatie van de omzetbelastingen (rapport van januari 1962).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kenmerkend voor de huidige omzetbelasting volgens het btw-stelsel is naar mijn mening vooral dat het zowel een omzetbelasting als een verbruiksbelasting beoogt te zijn. Daarbij dienen omzet en verbruik idealiter samen te vallen, zodat een harmonie ontstaat. De minister en staatssecretaris van Financiën hebben dat naar mijn mening treffend verwoord in de parlementaire geschiedenis van de Wet OB 1968:1
‘Ten rechte is inderdaad sprake van een omzetbelasting welke evenredig aan de consumptie wordt geheven.’
Andere elementen van de strekking van de omzetbelasting zijn de algemeenheid van de belasting, de evenredigheid daarvan aan de prijs van goederen en diensten en een zo groot mogelijke neutraliteit wat betreft de mededinging. Deze elementen vloeien voort uit ‘verbruiksbelasting’ en ‘omzetbelasting’, en hangen ook weer met elkaar samen. In totaliteit kan de strekking van de omzetbelasting in de volgende figuur worden samengevat:
Figuur 1 – Strekking van de omzetbelasting
Deze strekking van de omzetbelasting volgt uit de EU-verdragen, de consideransen van de verschillende richtlijnen van de Raad betreffende het btw-stelsel en de tekst van die richtlijnen zelf. Aanvullende aanknopingspunten kunnen worden ontleend aan in opdracht van de Commissie opgestelde rapporten uit de jaren zestig van de vorige eeuw over de mogelijkheden tot harmonisatie van de wetgevingen op het gebied van de omzetbelasting in de EU-lidstaten. Daaronder is mede het zogeheten ABC-rapport te begrijpen.2 Vanwege de Unierechtelijke context van de omzetbelasting komt aan de totstandkomingsgeschiedenis van de Wet OB 1968 weinig zelfstandige betekenis toe. Ofschoon de wetgever in de Wet OB 1968 op onderdelen van de Btw-richtlijn is afgeweken, is in redelijkheid immers ondenkbaar dat de Wet OB 1968 in zijn geheel beschouwd een van de Btw-richtlijn afwijkende strekking heeft. Eén en ander wordt hierna uitgewerkt.