De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.3.9:2.3.9 Eenzijdige rechtshandelingen en vertegenwoordiging
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/2.3.9
2.3.9 Eenzijdige rechtshandelingen en vertegenwoordiging
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS381611:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
33. Vertegenwoordiging en de eenzijdige rechtshandeling hebben op verschillende manieren met elkaar te maken. Volmachtverlening en herroeping van de volmacht zijn eenzijdige rechtshandelingen.1 Daarnaast kunnen rechtshandelingen die zijn verricht door een onbevoegde vertegenwoordiger met een eenzijdige rechtshandeling worden bekrachtigd. Art. 3:69 lid 3 BW bepaalt dat bekrachtiging geen gevolg heeft indien de wederpartij heeft aangegeven dat hij de rechtshandeling als ongeldig beschouwt wegens het ontbreken van een toereikende volmacht. Hiermee heeft de wetgever de wederpartij de mogelijkheid willen geven om de rechtshandeling van de hand te wijzen. Dit is met name een geste aan de wederpartij die, zoals het geval is bij eenzijdige rechtshandelingen, weinig of geen invloed heeft gehad op de totstandkoming.2 Volgens de laatste zin van art. 3:69 lid 3 BW kan de wederpartij de rechtshandeling niet van de hand wijzen, indien de wederpartij op het moment van handelen wist of behoorde te weten dat een toereikende volmacht ontbrak. Deze uitzondering geldt volgens de parlementaire geschiedenis niet voor eenzijdige rechtshandelingen.3 De wederpartij die zichzelf willens en wetens in de situatie heeft gebracht dat hij handelde met een onbevoegde vertegenwoordiger hoeft niet te worden beschermd. Hiervan kan echter geen sprake zijn indien de pseudo-gevolmachtigde een eenzijdige rechtshandeling verricht, aangezien in die situaties de wederpartij geen instemming heeft betuigd.
De eenzijdige rechtshandeling heeft ten slotte een raakvlak met (middellijke) vertegenwoordiging wanneer het gaat om het risico dat de gevolmachtigde insolvent raakt op het moment dat vermogensbestanddelen van de principaal onderweg zijn naar de wederpartij of vice versa. Een aantal wetsartikelen biedt als oplossing dat met een eenzijdige verklaring het vermogen van de tussenpersoon overgeslagen kan worden.4 Op grond van art. 7:420 BW kan de lastgever in een directe relatie komen te staan met degene met wie de lasthebber heeft gehandeld, door een daartoe strekkende verklaring te sturen aan de lasthebber en de wederpartij.5Art. 7:421 BW geeft eenzelfde mogelijkheid aan de wederpartij en art. 8:63 lid 2 aan de opdrachtgever van een expeditieovereenkomst. De lastgever/opdrachtgever en wederpartij kunnen de overeenkomst uitvoeren als de lasthebber/tussenpersoon niet meer in staat is zijn taken uit te voeren.6