Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/369:369 Exclusieve bevoegdheid van de pandgever?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2026/369
369 Exclusieve bevoegdheid van de pandgever?
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD102903:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Noodzakelijk is dit niet: op een vordering tot betaling van een hoofdsom kan een pandrecht worden gevestigd zonder dat tevens de vordering tot betaling van rente aan dezelfde pandhouder wordt verpand. Ook is het mogelijk om een rentevordering afzonderlijk te verpanden; zie hierna par. 12.6.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een overeenkomst van geldlening wordt door de schuldeiser vaak bedongen dat hij het rentepercentage kan herzien. Dit recht is in veel gevallen aan nadere voorwaarden onderworpen, zoals de voorwaarde dat het rentepercentage eerst na ommekomst van een zekere termijn kan worden gewijzigd. Zijn de vorderingen uit een dergelijke overeenkomst verpand, dan zal veelal ook een pandrecht rusten op de vordering tot betaling van nog te verschijnen rentetermijnen.1 Is dat het geval op het moment waarop het rentepercentage kan worden herzien en is de pandhouder inningsbevoegd, dan rijst de vraag of het recht op renteherziening kan worden uitgeoefend door de pandgever of de pandhouder.
Het recht op renteherziening heeft geen invloed op de inning van de rentevordering, noch op de inning van de vordering tot betaling van de hoofdsom; om de vordering te kunnen innen heeft de pandhouder de bevoegdheid tot herziening van het rentepercentage niet nodig. Renteherziening heeft wel gevolgen voor de debiteur van de vordering en voor de pandgever. De omvang van hun schuld, respectievelijk vordering, houdt rechtstreeks verband met de hoogte van het geldende rentepercentage. Om deze redenen is het mijns inziens niet wenselijk dat de inningsbevoegde pandhouder bevoegd zou zijn om het rentepercentage van een vordering te herzien.