Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/340:340 Tegenwerpen aan de pandhouder?
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/340
340 Tegenwerpen aan de pandhouder?
Documentgegevens:
Datum 07-04-2026
- Datum
07-04-2026
- JCDI
JCDI:BSD94966:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rongen heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorenbedoelde bevoegdheden tot beëindiging van een overeenkomst na verpanding van een vordering uit die overeenkomst weliswaar door de pandgever kunnen worden uitgeoefend, maar dat die uitoefening niet aan de pandhouder kan worden tegengeworpen.1 Zijn standpunt is mijns inziens geen geldend recht omdat uit de wetsgeschiedenis het tegendeel blijkt. De pandhouder moet de uitoefening van dergelijke bevoegdheden in beginsel tegen zich laten gelden, zij het dat hij daar onder omstandigheden tegen zal kunnen ageren, bijvoorbeeld met een beroep op de pauliana.2
Rongen motiveert zijn standpunt door de blokkerende werking die een beslag heeft mede van toepassing te verklaren op een pandrecht op een vordering.3 Het uitgangspunt dat beslag op en verpanding van een vordering zoveel mogelijk dezelfde gevolgen zouden moeten hebben, onderschrijf ik. De openbaarmaking van een pandrecht aan de debiteur van de vordering heeft tot op zekere hoogte inderdaad een fixerende werking die te vergelijken is met die van een beslag.4 Echter, een beslag op de vorderingen uit een overeenkomst staat aan de opzegging, ontbinding of vernietiging daarvan door de debiteur van de beslagen vorderingen uit de overeenkomst in beginsel niet in de weg.