Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.2.3:IV.10.1.2.3 Inbreuken op het Unierecht
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/IV.10.1.2.3
IV.10.1.2.3 Inbreuken op het Unierecht
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501458:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Samengevat heb ik de volgende inbreuken van het Nederlandse nationale recht op het Unierecht geconstateerd:
op basis van het beleid van de staatssecretaris van Financiën over het houden en overdragen van aandelen bestaat soms meer recht op aftrek van voorbelasting dan geboden is conform de uitleg die het Hof van Justitie aan bepalingen van de Btw-richtlijn heeft gegeven;
het lijkt ongerechtvaardigd dat alleen zuivere houdervennootschappen met een sturende en beleidsbepalende functie in een concern als niet-ondernemer tot een fiscale eenheid kunnen behoren en andere niet-ondernemers niet;
de territoriale beperking in de fiscale eenheid in artikel 7, lid 4,Wet OB 1968 is beweerdelijk in strijd met het primaire Unierecht, ofschoon zij in overeenstemming is met de Btw-richtlijn;
de jurisprudentie van de Hoge Raad dat bepaalde winstuitkeringen door coöperaties de vergoeding voor een prestatie zijn, is niet in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie;
artikel 174, lid 2, onderdelen b en c, Btw-richtlijn is ten onrechte niet geïmplementeerd in het nationale recht, en
bij teruggaaf van in Nederland betaalde omzetbelasting aan buiten de Unie woonachtige of gevestigde ondernemers zonder vaste inrichting in de Unie, wordt de werking van artikel 15, lid 2, onderdeel c, Wet OB 1968 ten onrechte niet uitgezonderd in artikel 31, lid 4, Wet OB 1968.