Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering
Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.2.2:A.2.2 Aanpassen aftrek van voorbelasting inmengdeelnemers (par. 9.4.3)
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/A.2.2
A.2.2 Aanpassen aftrek van voorbelasting inmengdeelnemers (par. 9.4.3)
Documentgegevens:
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501453:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het als ondernemer aanmerken van inmengdeelnemers vergt ook een aanvulling in de regeling voor het recht op aftrek van voorbelasting. Die aanvulling kan worden opgenomen in een nieuw artikel 168bis Btw-richtlijn, onder vernummering van het huidige artikel 168bis tot artikel 168ter:
Artikel 168bis
Voor zover goederen en diensten worden gebruikt voor een in artikel 9, lid 3, bedoelde activiteit van een belastingplichtige, en niet uitsluitend voor eigen goederenleveringen of diensten onder bezwarende titel van die belastingplichtige, is deze eveneens gerechtigd tot de in artikel 168 bedoelde aftrek voor zover de belastingplichtige in wiens economische activiteit wordt deelgenomen, aftrek zou zijn toegestaan als hij de goederen en diensten zelf voor zijn economische activiteit had aangekocht.
Deze bepaling strekt tot openstelling van de aftrekregeling in gevallen waarin een belastingplichtige niet voor eigen belaste handelingen gebruikt, maar gebruikt in het kader van de deelneming aan een economische activiteit van een ander. Uitvoeringsbepalingen kunnen op grond van artikel 397 Btw-richtlijn in de Uitvoeringsverordening worden vastgelegd. Te denken valt aan een precisering van de gegevens die een deelnemer dient te hebben voor het kunnen uitoefenen van zijn recht op aftrek van voorbelasting, In artikel 15, lid 1, Wet OB 1968 kan één en ander als volgt worden vertaald:
Artikel 15
1. De in artikel 2 bedoelde belasting welke de ondernemer in aftrek brengt is:
(…)
één en ander voor zover de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen.
Indien goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt voor een in artikel 7, lid 2, onderdeel b, bedoelde activiteit, en niet uitsluitend voor eigen leveringen of diensten onder bezwarende titel, is de belasting over de uitgaven in verband met deze activiteit aftrekbaar voor zover de ondernemer in wiens economische activiteit wordt deelgenomen, aftrek zou zijn toegestaan als hij de goederen en diensten zelf voor zijn bedrijf had aangekocht.
(…)
Overigens realiseer ik mij dat deze toevoeging het toch al lastig leesbare artikel 15, lid 1, Wet OB 1968 niet leesbaarder maakt. De keuze de aanvulling toch in dit eerste lid op te nemen is ingegeven door het uitgangpunt de bestaande tekst zoveel mogelijk intact te laten.