Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 202/I.7.2:7.2 Rechtsvergelijkend hoofdstuk: het Duitse recht
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 202/I.7.2
7.2 Rechtsvergelijkend hoofdstuk: het Duitse recht
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:BSD13536:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een criticus van het BGB, Otto Bähr, sneerde over het wetboek: „Der Entwurf ist ein doctrinäres Werk, er steht unter der Herrschaft eines Lehrbuchs, ist ein Kleiner Windscheid. Was nicht in Windscheid steht, fehlt auch im Gesetzbuch.“ Zie: Lokin/Zwalve/Jansen (2020), p. 312, voetnoot 111. Over de totstandkoming van het BGB en de invloed daarop van de Historische School, zie aldaar p. 294-330.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse burgerlijke recht zal bestudeerd worden vanaf de invoering van het BGB in 1900. Het door de Historische School beoefende Romeinse recht heeft grote invloed uitgeoefend op de totstandkoming van het BGB. Dit Duitse wetboek is, wat overdreven gezegd, een voortzetting van het door de Historische School en de pandektistiek beoefende Romeinse recht.1 Dat geldt met name voor het onderwerp van dit proefschrift. De Duitse wetgever gaat echter anders om met de vragen rondom afscheiding van zaken dan de Nederlandse wetgever. Het Duitse recht kent een rechtsvordering die te vergelijken is met de Romeinsrechtelijke actio ad exhibendum. In het BGB zijn verschillende Wegnahmerechte opgenomen waarmee een belanghebbende afscheiding van een bestanddeel van een zaak kan vorderen. Nadat het bestanddeel is afgescheiden en dus een nieuwe zelfstandige zaak is geworden, heeft deze belanghebbende vervolgens een zakelijk Aneignungsrecht. Door uitoefening van dat recht wordt de eigendom van de nieuwe zelfstandige zaak verkregen. Daar komt bij dat het Duitse recht, net als het Romeinse recht, de mogelijkheid kent van verschillende eigendomsrechten op één zaak. Een zaak kan bestaan uit wezenlijke en onwezenlijke bestanddelen. Is een zaak na verbinding met een andere zaak een onwezenlijk bestanddeel geworden, dan heeft de verbinding in beginsel geen zakenrechtelijke gevolgen.
Een voorbeeld (dat past bij het Duitse recht). A monteert onder zijn auto vier autobanden van B. De vier autobanden blijven ondanks deze vereniging in eigendom van B. B kan de banden “gewoon” met de revindicatie opeisen.
Door het bestaan van de Wegnahmerechte en door het minder snel aannemen van natrekking, worden zakelijke rechten naar Duits recht vaker gecontinueerd dan naar Nederlands recht. Het Duitse burgerlijke recht, dat in dezelfde Romeinsrechtelijke traditie staat als het Nederlandse burgerlijke recht, kan dus een inspiratiebron vormen voor Nederlandsrechtelijke problemen die samenhangen met de continuïteitsgedachte in het goederenrecht zoals bij natrekking.